Op huijden den vijffden maij a[n]no sesteinhond[er]t en elff comp[araar]den voor mij Palm Mathijsz openbaer not[ari]s tot Amsterd[am] residerende bijden hove van Holl[an]t op nominatie der voorsz[egde] stede geadmitteert ter p[rese]ntie van[de] onderges[chreven] get[uijgen] Huijbert Pauwelsz schout tot Slooten soo voor hem selfs als uiten naem ende van wegen Claes Mack, Rieuwert Sijmensz, Jacob Willemsz ende Trijn Ijsbrants wed[uw]e van Cornelis Pieter Jutten daer vooren vaststaende ende de rato caverende Cornelis Dircxs Casemirus schout van Amsterveen Hendrick Tijsen, Willem Gijsen, Bartelt
Philips ende Volkert Dircxsz Coornhert erffge[namen] van Dirck Hemmensz sijnen vader Barber de Meijer wed[uw]/ewijle Gielis de Maijer geassisteert met Mathijs de Maijer haren soon ende voocht in desen ende Elbert Willemsz alle t samen inden jaere sestienhondert vier ende vijff meedestanders geweest sijnde over een impost van t gemael deser stede hebben geconst[itueert] ende machtich gemaect gelijck sij constitueeren ende maecken machtich beij desen Jan Willemsz Cool ende Willem Dircxsz Casemirus hune mede compaignons om uit heuren naem ende van heuren t wegen met eenen Robbert Pietersz Schilprol cum socijs tot Delft nopende de questie die sij metten anderen selven hebben uitstaen te mogen
accorderen des noot sijnde een ofte meer in hun plaetse daertoe te substitueren belovende voorgoet vast van waerde te houden ende doen houden tot allen tijden tgunt bij den geconstitueerdens desselffs gesubstitueerde en elck besonder t gene vooorss[chreve]n is gehandelt ende geprocureert sal werden onder alle verbanden naar rechten daertoe staende gedaen binnen der voors[zegd]e stede ten huijse mijns not[ari]s ter p[rese]ntie van Melchert Hendrciksz ende Romeijn Jansz als get[uig]en |