| Notarieel U108a1 / 90 Utrecht | 15-01-2008 pag. 1 |
Den 23e feb 1687 op drie gul[den]s zegel ges[teld]
noch twee mael op ses st[uive]rs zegel voor de Jong ende Verwoert 28/11 87 noch op
zegel voor Verlaen 13/1 88 uit[treksel] voor Schuijlenburch
Huijden der achden februarij 1687 ouden stijl comp[areer]de voor mijn onderges[chreven] Justus Leegburch openbaer notaris bij den ed[ele] hove van Utrecht geeedt ende geadmitteert binnen Utrecht residerende ende voor de naebenoemde getuijgen Aeltie Luijten weduwe ende boedelharster van Hendrick Adriaensen Schuijlenburch woonende in Gerwerscop mij notario bekent en verclaerde de comparante dat sij aen eenige haeres kinderen tot huwel[ijkse] gifte belooft hadde de so[mm]e van een duijsent vijffhondert gul[den] ende aen andere | |
| # van welcken duijsent gul[den] huwel[ijks] goet Cornelis Crijnen noch drie hondert vijftich gul[dens] competeert ende Luijt Verwoert de geheele duijsent gul[dens] verclarende de Willem Henr[riksz] Aelbert |
Henricx Schuijlenburch ende Sijmen Elbertse de Jongh getr[ouwd] geweest met Annichie Henr[iks] Schuijlenburch mitsgaders Luijt Dircxen Verwoert getrouwt met Maria Henricx Schuijlenburch ijder naer het overlijden van de eerste compute uijt haer (haer overleden mans boedel neffens ende met gelijck recht van de vijfftien hondert gul[den]s van Aerjen Henr[iksz] voor uijt genieten sullen vijff hondert gul[den]s booven de duijsent gul[den]s haerliede elcx ten huwel[ijk] belooft voor soo veel de selve als dan noch onvoldaen
|
heeft als |
Cornelis Crijnen Verlaen |
Aeltgen Luijgen | Jacob Jacobsen |