nihil o st[uive]rs
- o sch[?]
Pieter Jan Michils met zijn huijsvr[ouw] noch met zijn huijsvro[uw] den ist onvaren tot hechten[?]
Henrick Tosmass[en] Roeloff Janssz Coster
op uuijtcoop an[n]o 95 - o sch[?]
Jan Michils onbehuden d[ochte]r
. . . . .