D selve [Frans Hendriksz] Oetgens compareerden etc[etra] schelt quijt Steven Robbertsz timmerman een huijs en
erve staende ende legende op Ulenburch in de Westerstraet aldaer breet vijfthien voeten streckende uijt de versz[egde]straet dije wijt moet blijven twintichh voeten ter halver muijr van hem comp[aran]t van een mop dick belent Court Gerritsz aende noortoostsijde ende Guertgen Ernst aende suijtwestsijde in allen schijne ende uijtgesondert dat het water t welck van t dwaersdack van sijn comp[aran]ts loodse op t erff van de voorsz[egd] Steven Robberts gevangen wort t allen tijde alst hem comp[aran]t ofte zijnen erven ende nacomelingen gelieft geleijc sal mogen werden op zijn eijgen daerthem gelieven zal ende hij comp[aran]t gelieve ende etc[etra] op mmia den 21 augustus 1621 |