copije aen de mijn e[dele] heeren van de reken[kamer] in Hollandt geven met aller ootmoet te kennen die burgem[eeste]rn ende keckm[eeste]rn van Nijeuwenijendorp hoe dat sij supp[lian]ten inden jare a[nn]o 1572 geoptineert hebben van zijner exelen[tie] hoochloffelijcker memorije den prince van orangien z[aliger] zekere apostille in mardgene van hemluijder requeste waerinne
hem suppl[ian]ten gegunt is den gebruijcke ofte inne comsten van sekere twee vijcarijen ende dat tot onderhout vna haeren kercken dienaren mitsgaders den schoolmeesteren ende dat alles ter tijt ende wijlen toe ingelijcke saken anders sal zijn geresolveert t is nu soo dat isj suppl[ian]ten van de e[dele] heere den rentmeester Sictis bij eenen deur waerder sijn belast om haer handen van de voors[chreven] vijcarijen ende innecomen van dien te houden uijtcrachte van seeckere placcaet eertijts gepu bliceert maer noijt tot hem suppl[ian]ts kennisse is geweest dan door verwittinge van de voors[chreven] rentmeestern onlancx bij monde gedaen t welck alles soude tendeeren tot hen suppl[ian]ts groote ex cessive lasten ende beswaringhen aengaende t onderhout van haeren kerckendienaer ende die
drije schoolmeesters mitsgaders noch van een oudt dienaer den welcken eertijts van de twee vijca rijen bedient heft die oock bij de gecommitteerde raden van staten gegunt is des jaer thien gul[den] soo dat zij suppl[ian]tn jaerlijcx ende dat sedert vijff jaren herwaerts hebben moeten verte |