. . . . . . . . Lijsbet Ariens wed[uw]e van Jan Pieters de Wit geads[isteer]t met Pieter Jansz de Wit hare soon ende voogt in desen vercoopt aan Jacob Adriaansz Handt een huijs ende erve genaamt de vergulde s[in]t Jacob soo groot ende kleijn het selvestaande ende leggende is binnen deser stede aende zuijtzijde van t Dronckenoort tegen over de nieuwe stenenbruch belent met de uijterse dom ten westen ende het ossenhooft ten oostne met soodanige conditien vann vrij ende onvrijheden als inde |