W | ij Hugo de Jonge schout Claes Simonsz Conincx, Willem Gerritsz schepenen ter Assendelft doen allen luijden dat voor ons gecomen ende gecompareert is Gerrit Cornelijsz Nomen onsen buerman voor hem selven ende in desen vervangende en[de] hem sterckmakende voor Claes Cornelisz Banck sijn broeder en Jacob Claesz zijn swager ende sij comp[arant]en bekende in qualite voorsz[egd] ende wettel[ij] vercost geceeert ende getransporteert te hebben sij vercoste ceerden en transporteerden bij desen ten eenen eijgen Claes ende Cornelijs Cornelijsz Nomen sijne twee broeders haer respectieve aenpaert van alle die vaste off onrerende goederen haer leiden bij t overlijden van Cornelis
Claesz Nomen ende Trijn Banckers haer respective vader ende moeder schoonvader ende schoonmoeder aen besteroven sijn niet daer van uijtgesondert staende ende leggende met voorsz[egde] copers ende haereandere broeders gemeen ende dan de somme van ses hondert vijff en tachtigh caroli tot XL groo[te]n vl[aam]s t stuck gereet gelt ende bek[ennende] sij comp[aran]ten in qualite voorsz[egd] de voorsz[egde] kooppenning[en] de penn[ingen] met den eersten al ontfangen te hebben ende die volgende voor den cooper en[de] opdrachte van den voorn[oemde] geoderen ten vollen vernoecht te wesen beloven[de] voorts selve goederen te vrijen ende te waren gelijck men vrij ende erff binnen de ban van Assendelft schuldich is van pachten often rentens anders dan sijn werck tot
als bueren landen ende erven schuldigh sijn te houden ende waert saecke datter aen waernisse vande voorsz[egde] ver[kochte] goederen eenigh gebreck geschiede viel ofte quam ende niet vrij es waer als voors[chreve]n is soo sullen die voorn[oemde] kopers heuren erven ende nacomel[ingen] altijt vrij vast wel gehouden wesen omme t haere te mogen verha[len] aen alle des voors[chreve]n comparantes sijnen erven ende nac[omelingen] goed[er]en roerende ende onroerende present ende toecomende egeen [ter] werelt uijtgesondert met bedwanck van alle recht ende rechteren sonder fraudet oirconde soo heb ick schout voors[chreve]n desen brieff in presentie van de voorn[oemde] schepen[en] die deen mits sij selver g[een] segelen bebruijcken onderteijckent hebben ten verso[eke] vande voorn[oemde] comp[aran]t besegelt met mijnen segen hier
beneden aengehangen opten Je decemb[er] a[n]no XVJc vijff en viertigh Claes Sijmonsz Coninck Willem Gerritsz |