| Jochem Corn[eli]sz als ghemachtich van Aerian Corn[eli]sz zijnen broeder ende bij expresse last vanden
zelven ontkent cla expres selijcken Claes Thomasz nae ghestelt te hebben doch seggende vorderalleen den selven bij onghe lucke geraeckt te hebben met ten cloet weesen[de] een plomp instrument op des selffs wange doch alsoe dat t selve geensins dootel[ijk] gheweest is als oock den eij[ss]er q[on]trarie niet bewijsen den rechte ghenoch zijn conclu deert over sulcx tot dat den eij[ss]er zijnen eijsch zal worden ontseijt ende d ged[aag]de daer van ghepsolveert cum expen[sis] ofte tot anderen al | Rijckert van Vollenhove schout van Nieudorpercogge ratione offitijeij[ss]er in cas van homecidie
q[on]tra Aerian Corn[eli]sz Schippers ghed[aagd]e int zelffde cas den officier leijdt over zijnen schriftel[ijk]en eijsch q[on]cludeert als bij de zelve vermoghens zijne informatie hier neffens over gheleijt |
| sulcken fine en conclusie etc[etra] den schout voor replijcke persisteert emploijeerende vorder die notoire kennisse van schepenen Jochem Corn[eli]sz noie quo supra voor duplijcke ad idem persisteert leijdt over zijne verificatie omme daer mede te verifieeren zijne intentie en special[ijk]en dat Claes Thomasz aenden stoot
niet en is ghestorven ende emploijeerende vorder d notoire kennisse van schepenen hoe Claes Thomasz oudt en van overlange swack ^ende met seere beenen ende andere ghebreecken beladen is gheweest concludeert als bij den vers[chreven] antwoor de schepenen houden d saecke in advijs |