. . . . Havick van Vollenhove schout van Nieudorpercogge als actie ende transpoort hebbende etc[etra] als de voorgaende vercoopen dragen op ende schelden quijt aen Pieter Corn[eli]sz Fecke mede onsen poorter een stuck landts groot omtrent drie geersen leggende in onsen banne boven paed naest belendt hebbende t pastorie landt ten westen Maritgen Aeriaensdr ten oosten voor vrij landt zonder eenijge evictie last opstal ofte onvrijdoom ander dan zijn ordinaris ende extra ordinaris costen ghelijck buren ende lendens draghen bekennen voldaen etc[etra] als de voorgaende ende volgende die quijtscheldinge ghepasseert voor Heijndrick Albertsz ende
in date den 25e martij 1625 ende besegelt bij Havick van Vollenhove schout H van Vollenhove bij mij Heijndrick Albertsz Heijndrick Cornelis Schonmaker Pieter Corn[elisz] Fecke verbint t versz[egde] landt voor de kustinge ter somme ijder geers drie hondert vijff ende twintich gul[den[ op roed ende maet te betalen teijnde maet teijnde gelt op drie termijnen ende naestcomende karstijden volgende d kustingbrieff date ut supra |