Pieter Boijkisz man ende voocht van bGriet Floris, Anna Floris d[ochte]r Corn[elis] Corn[elisz] van
Barringhorn Aeffgen ende Maritge Corn[elis] d[ochte]r ghe adsisteert met Garbrant Corn[elis]z Cramer haer oom ende voocht in desen ende Albert Janssz ge ordineerde voocht van Nan Corn[elis]z kinderen van Corn[elis] Florisz erffg[ename]n van Floris Jacopsz Muls vercoopen te samen dragen op ende schelden quijt aen Corn[elis] Janssz Kaescoper een huijs en erve staende ende leggende binnen Nieudorp aende straet naest belendt met Dirck Jacopsz Doncker ten westen ende Jacob Janssz Backer ten oosten met sulcken vrijheijt ende onvrijheijt van laen op de oostzijde als Floris Jacops selve ghe hat ende beseten heeft ende anders niet voort voor vrij huijs vrij erve zonder eenijgen last opstal ofte onvrijdoom anders dan zijn
ordinaris ende extra ordinaris costen ghelijck buren ende lendens dragen bekennen daer aff voldaen ende betaelt te zijn den laetsten penn[ing] metten eersten stellende Corn[elis] Janssz in reelen ende actuelen volcopen possessie ende eijgendoom vant voors[chreven] huijs ende erve etc[etra] gheloven t zelve te vrijen ende waeren etc[etra] onder verbant van haer persoons ende goeden etc[etra] Pieter Boijkesz stelt hem daer voor in solidum onder rennci atie etc[etra] volgende d quijtschelding ghe passeert voor Jacop Pieter Theuwis ende Joris P[iete]rs ende besegelt bij Ijsbrandt van Riedtwijck schout van Nieudorpercogge in date den 7en martij 1635 Corn[elis] Janssz verbindt t vers[chreven] huijs ende erve voorde
kustinge ter somme VIIJc LXIX gul[den] X st[uivers] te be talen 1Sc gul gereet ende voort op twe carstijden volgende d kustingbrieff date ut supra |