solviit in handen van Corn[elis] Reijers |
noch Gerit Cornelisz heeft op renten vijgitch gul[den] daer of hij sal geven IIJ g[u]l[den] siaers ende verscijnt alle iaers in die twalefnachte noch comt dit ver[schreven] kijnt van Reijer Ians erfgename wonende te Hoochwout hondert gul[den] daer of alle iaers in die twalefnachten opten XXen dach marsius anno XVc LIIJ hij soe sijn voergadert gheweest ten huijse van Neel jonge Claes, Reijer Jans, Gerit Oijtsz, jonge Jacob, Wouter Woutersz, Herm Claesz ende Iacob Gerits hebben een compesijsij gemaect tusken Reijer Iansz ende Gerit Oijtsz als voecht vant kijnt voers[chreven] seven iaer lanck ende Reijer Ians sal dat kijnt te baet comen iaerlick IIIJ g[l V st[uivers] ende sterft Reijer Iansz bijnnen die seven iaren soe
sal dat kijnt hebben vijftich gul[den] uit Reijer Ians goet ende wanneer Reijer Ians kijnderen die vijftich gul[den] op leggen soe sijn sij vrij van die IIIJ g[l V st[uivers] ende als die seven iaer voerlopen sijn soe sal dat kijnt vijftich gul[den] hebben of IIJ gul[den] iaerlicks daer voeren ende of dat kijnt oflijvich vorde soe sal die vijftich gul[den] weder gaen daer sij van gecomen is ende soe sal die goede[re]n van sijn moeder hijer blijven |
solviit in handen van Corn[elis] Reijers | Gherijt Cornelis Sijbrantsz bekent voir hem ende sijnen erffven Barber Claes Haerincx kijnt voirn[oemd] schuldich te wesen twee ende
t seventich karolus guldens t stuck tot veertich groten vlaems gerekent blijckende bij t gundt hier vooren ghescreven staet te weten vijftich gulden aenden ander zijde van dit bladt hier voeren en twe ende twintich gulden hier boven welcke penningen hij sal houden op renten om IIIJ gulden VIS stuiver siaers verschijenende alle iaeren inden twaleff nachten daer voeren de voirn[oemde] Gherijt Cornelisz stelde tot eenen onderpande anderhalff gers weijdlants leggende achter huijs daer nuter tijt bewoont anden Langereijs daer nutertijt naeste lendens van sijn Michiel Iansz anden oestsijde ende Cornelis Cornelisz aenden westsijde ghe ende voorts qualicken alle sijnen anderen goede[re]n roerende ende onroerende present ende toecomende gheen uuijtgesondert gheschiet op jaer ende dach als voiren
ende in presentie vande weesm[eeste]rs ende schepen als boven Jan Pietersz Alias Wit als voocht van Lijsbet Aerians dochter naeghelaten wedue van Jacob Gheerijtsz zaliger gedachten ende Jan Lambertsz als voocht van Jacob Gherijtsz vers[chreven] kijnderne stellen tot eenen onderpande voor den vijfich guldne hier voeren inden andersijde van dit bladt ghementioneert twee geersen groedlants den voirn[oemde] wedue met haer kijnderne te samen competerende leggende aenden Langhereijs daer nu tertijt naeste lendens vande sijde Cornelis Cornelisz aende oestsijde ende de wedue van Maerten Aeriansz met haer kijnderen aenden westsijde gheschiet op iaer ende dach ende in presenite vande weesmeesters ende schepenen als boven |