Copie
Op huijden den IJe januarij anno XVJc en vijftien is ter presentie ende voor mij Corn[elis] Janssz Hogheboom openbaer __ notaris bij den hove van Hollant geastmitteert residerende tot Nieuwe Nieudorp in kennisse van den onderges[chreven getuijgen geweest die oude wel bedaechde Catrijn Matthijs d[ochte]r we[duw]e wijlen Cornelis Dircxsz Pluijm poorterse tot schagen woonende op die Keijnse oudt omtrent LXXXVIJ jaeren versocht wesende die waerheijt te bekenen ende verclaeren ter instantie van Jan Pietersz Koeman mede weesm[eest]er tot Nieuwenieudorp ende heeft geseijt bekent ende verclaert bij eer ende sekerheijt in plaetse van eede waer te sijn dat sij comparant es een susterling van
wijlen Grietie Corn[elis] d[ochte]r die moeder van Jan Adriaensz Cramer tot Alckmaer doch dat sij comparante niet en weet hoe die moeder van Griet Corn[elis] d[ochte]r heeft geheeten dat sij comparante oock niet en weet hoe die groot vader van Griet Corn[elis] d[ochte]r heeft geheete noch van vaders noch van moeders sijde ende dat sij die geslachte reeckening van Jan Adriaensz ofte sijn moeder niet hooger weet te reeckenen ofte bij namen te benoemen dan op die vader van Griet dat die soude geheeten hebben Corn[elis] sonder meer verclaerde mede dat Jan Adriaensz hat getuijgenisse hier voor tijen wel heeft versocht ende haer heeft belooft dat hij het met haer soude versien wanneer hij |