. . . . . . . . Witte versouct prorocha[t]ie ad octo gehoort Pots t hoff fiat | Pots . . . . . . . . de voochden ende regenten van t arme wees huijs van Nieuwe Nieuwdorp ged[aagd]en in cas van mainctenue en de burgem[eeste]rs ende regierders aldaer methen gevoucht mitsg[ade]rs geopposeerdens contra Wouter Dircxsz als vader ende voocht van sijn onmondige soon opposant t proffijt van t versteck te begeren van dat den opposant nijet voldaen ofte gesolveert en heeft t point
van offitie tot des opposants laste geopent |