Brantschats Goosinius Quam Jan Henren Hoeijmaecker verclaerde ende bekende bij desen dat ten eijnde Mathijs
Martens de Loeker mach comen tot lichtinge van somme naegeruert in mindernisse der penn[ingen] duo de heer heere Schou- teth van wegen Marten sijns Mathijssen soonken onder heeft de welcke den voorsz[egde] Mathijsen geconsenteert zijn te lichten midts borge stellende dat hij metten intrest oft jaerlijcxe bladinge den voors[egde] Marten sijn zoonken tot sijnen mondigen daege toe sal opbrengen leeren lesen schrijven ende daer nae een ambacht oft ander hant- werk ende deselve penn[ingen] aen sijn sone t sijnen mondigen daege sal restitueren volgen d appostille op seker seker sijns Mathijsen requeste gestelt van date den XVIJe decembris XVIe vier hij hem boorden voorsz[egde] Mathijsen voorde restitutie van vijftich karolus g[uld]en t stuck rch[?] eens
die de voorsz[egde] Mathijs bij comparerende bekende van voorsz[egde] heere Schouteth alnu ontfangen te hebben in mindernise der penn[ingen] die hij onder heeft als voren te borge ende cantionaris gestelt heeft gelijck hij hem stelt bij desen verbijndende daer voor special[ijk] sijn huijs en erven met sijn toebehoorte ende metten hove daer achter aen liggende gestaen ende gelegen alhier bijnnen Breda inde lange brugstrate naest den commer daer op nu ter tijt staende ende voorts generaelijck hem selven ende alle sijn andere goederen ruerende ende onruerende presentia et futera dus geloofde de voorsz[egde] Mathijs den voorsz[egde] Cornelis sijnen borge hur aff altijt schadeloos vrij ende ombelast te houden verbijndende daer voor naementlijck special[ijk]
sijn huijs ende erve genaemt den gapert gestaen ende gelegen alhijer bijnnen Breda inde lange brugstrate naes alsucken commer als daer nu ter tijt met recht schuldich is voor uuijt te gaen ende voorts generaelijck hem salven ende alle zijn andere goeden ruerende ende onruerende p[rese]ntia et futura zon argelist Actum anno XVJ ende vijff ne genentwintich d agesten januario hier aff extract |