| XCJ Wij schepenen der stadt Leijden hier onder geteijck[en]t doen cundt eens ijgel[ijk] dient behoort dat voor ons in
eijgener personen gecomen ende versch[enen] zijn Jacob van Damme, Maximiliaen van Damme, Victor de Wulff als man ende voocht van Janniken van Damme, Johannes Ingelwert getrout zijnde met Elisabeth van Damme, Jan de Coninc ten wijve hebbende Sara van Damme ende Cathalina van Damme geho;pen bij Johan van Bauchen griffier deser stede als haren bijst[aan]de voocht ten desen alle bejaerde kinderen zoo zij respectivelijc verclaren van Henr[ik] van Damme gewonnen bij Tanneken de Bije beijde za[iiger] ge[] ende bekende mitis desen voor haer haren erven ende nacomelingen uit handen van de e[dele] heeren weesm[eeste]r der voorsz[egde] stadt Leiden nementlijc Jacob van der Mij, Jasper van Bauchen m[eeste]r Gerardt Buijtewech ende m[eeste]r Jacob van Brouchoven
als oppervoochden van allen onmindigen ende anderen toesicht behoevende gelicht ontfangen ende mit volcomen genougen naer genomen te hebben alle ende zoodanige goederen gesschriften papieren ende munumenten als van hare coomp[aran[te] wegem tpt desem dage tpe ter weecamere binnen de voorsz[egde] stede in ge trpiwe beward gelegen ende berust mogen hebben geene uitgesondert quijte zij comp[aran]ten voorn[oem]t daer van mits desen des ed[ele] heeren weem[eeste]ren versz[eg]t ooc des voochden ende wijders allen anderen dient behoort mitsg[ader]en van allen handelen bewint ende administratie van heert wegen tot eenigen tijden gehadt ende gedaen belovende zij comp[aran]ten voorn[oem]t alle de selve ende ijder van hun int bij sonder daer aff jegens ijder man te indemneren vijre costeloos ende schadeloos te houden
onder verbant van haer comp[aran]ten respective personen ende goederen roerende onroerende jegenwoordige ende toecomende geene uitgesondert in oircunde desen bij ons schepenen voorn[oem]t gete[kent] huijden den XVIIJ en januarij a[nn]o XVI c ende zeventijen S Botijbault H P Codijck |