| Eerste blad Vorig blad | Blad 214 van 357 bladen. | Schema Volgend blad Laatste blad |
| 1. | v | Aaltje (Aaltje) Floris SPANJERSBERG [3671] (code: 2^10+0713), geb. ? te ? (zie 1737). |
| 1. | m | Pieter (Pieter) ZWAANENBURG [16093] (code: 2^10+0714), geb. ? te ? (zie 1738). |
| 1. | v | Hendirkje (Hendrikje) van GEENEN [16094] (code: 2^10+0715), geb. ? te ? (zie 1739). |
| 1. | m | Jacob (Jacob) Willemsz CASTRICUM [3744] (code: 2^10+0720/2^11+1462), geb. ? te ? (zie 1744). |
| 2. | m | Jan (Jan) Willemsz CASTRICUM [4208]. Geb. ? te ? Ged. ? te ? Overl. op 29-05-1719 te Uitgeest (bron: ?), begr. ? te ? Otr. [1499] ? te ? Tr. op 21-09-1671 te Uitgeest (bron: ?), tr. kerk ? te ? Echtgenote is Klaartje (Klaartje) Maartens ? [4209]. Geb. ? te ? Ged. ? te ? Overl. op 06-05-1710 te Uitgeest (bron: ?), begr. ? te ? Dr. van Maarten (Maarten) ? [4210] en ? (?) ? [4211]. |
| 1. | m | Pancratius (Pancratius) Theunisz ? [4217]. Geb. ±05-1664 te ? (bron: ?), ged. (RK) op 15-05-1664 te Castricum (get.: Petro Panckrasz) (bron: DTB Castricum inv nr 3). Overl. ? te ? Begr. ? te ? |
| 2. | v | Johanna (Anna) Theunis ? [4218]. Geb. ±03-1669 te ? (bron: ?), ged. (RK) op 11-03-1669 te Castricum (get.: Jan Bankersen) (bron: DTB Castricum inv nr 3). Overl. ? te ? Begr. ? te ? |
| 3. | m | Jacob (Jacob) Teunisz ? [4219]. Geb. ±11-1670 te ? (bron: ?), ged. (RK) op 25-11-1670 te Castricum (get.: Anna Panckersen) (bron: DTB Castricum inv nr 3). Overl. ? te ? Begr. ? te ? |
| 4. | v | Cornelia (Neeltje) Teunis ? [3817] (code: 2^10+0721/2^11+1463), geb. ? te verm. Uitgeest (zie 1745). |
| 5. | v | Aafje (Aafje) Theunis ? [4216]. Geb. ? te ? Ged. ? te ? Overl. ? te ? Begr. ? te ? Otr. [1502] ? te ? Tr. ? te ? Tr. kerk ? te ? Echtgenoot is Wouter (Wouter) Jansz (CLOSMAN) [4220]. Geb. ? te ? Ged. ? te ? Overl. ? te ? Begr. ? te ? Zn. van Jan (Jan) CLOSMAN [4221] en Kniertje ? (Kniertje ?) ? [4222]. |
| 1. | m | Gerrit (Gerrit) ALKEMADE [3826] (code: 2^10+0724), geb. ? te ? (zie 1748). |
| 1. | m | Laurens (Laurens) van HUIGE [18600] (code: 2^10+726), geb. ? te ? (zie 1750). |
| 1. | m | Joost (Joost) Gerritsz KUIJS [4118]. Geb. ±04-1645 te ? (bron: ?), ged. (NG) op 09-04-1645 te Delft (get.: Joost Lievensz, Dingenom Gerrits en Barbara Willems) (bron: DTB Delft inv nr 56). Overl. voor 1674 te ? (bron: ?), begr. ? te ? |
| 2. | v | Agnieta (Agnieta) Gerrits KUIJS (Kuijser) [4119]. Geb. ±09-1646 te ? (bron: ?), ged. (NG) op 16-09-1646 te Delft (get.: Joost Lievensz, Dignom Gerrits en Jaquemijntje van Sanen) (bron: DTB Delft inv nr 9). Overl. ? te verm. Castricum (bron: ?), begr. ? te ? - Op 04-02-1681 worden in een akte van de weeskamer drie kinderen Cornelia, Gerrit en Jan van Agnieta Gerrtis Kuijs en de inmiddels overleden Johan Kuijs genoemd. Dirk van der Kest plateelbakker wordt als voogd aangesteld - Op 17-02-1681 met attestatie naar Rotterdam (bron: ?) - Op 29-11-1701 worden Gerrit Kuis als borf en Agnieta Kuis wegens een obligatie uit 01-08-1698 ten gunste van Dirk van der Kest plateelbakker te Delft genoemd in een notariele akte. (bron: ONA Delft inv nr 2513e fol 300) - Op 11-o1-1701 worden Gerrit Kuis als borf en Agnieta Kuis nogmaal genoemd in een akte wegens een obligatie uit 01-08-1698 ten gunste van Dirk van der Kest plateelbakker te Delft. (bron: ONA Delft inv nr 2514e fol 3) - Op 28-01-1710 is er in Castricum een rechtzaak aangespannen tegen Agnieta Gerrits Kuijs door de broer en zus Jacob Willemsz en Dirkje Willems te Castricum. Volgens deze beide zouden ze samen een huisje gekocht hebben voor f125.4.- dat alleen door hun beide betaald is en wel op naam van Agnieta is gezet die verder weigerd iets te betalen. (bron: ?) - Op 22-12-1711 wordt Agnieta Gerrits Kuijs in Castricum veroordeeld tot het betalen van 2 x f1.8.- wegens het niet goed onderhouden van de konijnenheining. Dit was bij het schouwen geconstateerd. (bron: ?) - In 1712-1713 wordt door Agnieta Gerrits Kuijs weduwe van de edele Joost Schalk, Joost Pietersn voor het gerecht van Castricum gedaagd. Dit wegens de achterstallige landhuur van het Westerland en de twee zoetemelksche kaazen Otr. (1) [1473] op 04-04-1665 te Delft (bron: DTB Delft inv nr 23 + 73). Echtgenoot is Cornelis (Cornelis) Cornelisz de HELT [4120], olieslager. Geb. ±09-1643 te ? (bron: ?), ged. (NG) op 13-09-1643 te Delft (get.: Marcelis van Harpen, Augustijn Lucasz, Annetje Dirks en Marie Pieters) (bron: DTB Delft inv nr 56). Overl. ? te ? Begr. ? te ? Zn. van Cornelis (Cornelis) Cornelisz de HELT [4121] en Klaartje (Klaartje) Lucas ? [4122]. - Op 02-05-1664 is Cornelis de Helt samen met Agatha Goude getuigen bij de doop van Agatha Clara dochter van Martinus Gouda en Anna de Helt (bron: DTB Delft inv nr 58) - Op 17-03-1666 is het testament opgemaakt van Angenieta Gerrits Kuijs en Cornelis de Helt. (bron: ?) - Op 19-09-1667 koopt Cornelis de Helt een huis met overtocht genaamt de Donderdam (bron: ONA Delft inv nr 1969a fol 21) - Op 16-08-1668 zijn Cornelis de Helt en Angenieta Kuijs samen doopgetuigen bij de zoon van Martinus Gouda en Anna de Helt te Delft. (bron: ? (DIGITALE STAMBOOM)) - Op 05-10-1668 transporteerd Cornelis de Helt zijn volledige inboedel aan Maarten Gouda en Gerrit Joosten Kuijs. Dese zwager en schoonvader zijn door Cornelis de Helt in het verleden als borgen genoemd en zijn nu ook in die rol aangesproken om een openstaande schuld aan Simon den Danser in te lossen. (bron: ONA Delft inv nr 1969b fol 14) - Op 22-01-1669 notariële akte met de getuigenis van Jacomijn Robijn (±26) [dienstmeid bij Agnieta Kuis en Cornelis de Helt]. Hierin wordt verhaald dat op 31-08-1668 Gerrit Joosten Kuis samen met zijn dochter Agnieta Kuis vertrokken is vanuit Donderdam naar hun vader respectievelijk grootvader te Oudewater. Cornelis de Helt man van Agnieta Kuis zou op de nering te Donderdam passen. Hij is echter rond half vijf met enige andere personen vertrokken naar Rotterdam en van daar per schuit naar Delft gegaan. Agnieta Kuis gaat na terugkomst samen met Leendert Leendersz (±16) te paard naar Delft om haar man te gaan halen. Leendert Leendersz vraagt bij de herberg van Hendrik [Florisz] Verhaar of Cornelis de Helt daar logeert. Dit wordt ontkend. Als hij hetzelfde echter later aan Gerrit Verhaar zus? van de herbergier vraagt naar Cornelis de Helt geeft deze aan dat die bij zijn ouders was en daar nog sliep. Oom Cornelis de Helt , zoals zij hem noemt, heeft haar warme koeken beloofd als hij zou opstaan. Later gaan zij kennelijk gezamenlijk Agnieta Leendert en Agnietas moeder naar de herberg waar zij opnieuw aan Gerrit Verhaar vragen of Cornelis al wakker is. Gerrit Verhaar geeft als antwoord dat hij zijn kousen al aan heeft en trek te hebben in de beloofde warme koeken. Agnieta gaat vervolgens haar man halen en haalt daarbij nog geldstukken uit de zijn zak die zij in de herberg achter laat. De vrouw van de herbergier grijpt Agnieta echter bij haar keel en scheld haar uit. Ondertussen ontvlucht Cornelis de Helt met zijn broek nog op knieën de herberg naar zijn zwager [Martinus] Gouda. Leendert roept ondertussen de moeder erbij omdat hij vreest dat Agnieta wordt vermoord. Verder geeft Jacomijn Robijn aan eerder in het huis van Agnieta en Cornelis geweest te zijn en daar gezien te hebben hoe Cornelis de Held onzedelijke handelingen verricht bij Elisabeth Verhaar de vrouw van de herbergier Hendrik [Florisz] Verhaar. Dit heeft aan Agnieta vertelt. (bron: ONA Delft inv nr 1969c fol 96) - Op 21-01-1669 nog een getuigeinis over dit voorval waaruit blijkt dat de weduwe van Cornelis de Helt op 19-09-1668 in de herberg van Hendrik Verhaar door diens vrouw bij de keel was gegrepen. Verder werd ze in de glasen gestoten en uitgescholden dat haar vader een dief was, zij een diefachtige hoer en een konkelhoer. Dit volgens de getuigen Perijne Gijdious weduwe van Jacob Willemsz Post en Jan Meeus Duivenhout. Ook de diender van Cornelis de Helt genaamd Leendert Leendert was getuigen en riep in de deurpost "groote moer sij vermoorden Angeniete". (bron: ONA Delft 1969c fol 100) - Op 22-01-1669 notariële akte met de getuigenis van Lourens Aartsz (±35) schoolmeester en Coert Jansz van Rottermont (±45) getuigen over het zelfde voorval. Zij waren bij Aart Aartsz Verschoor en hebben gehoort dat werd gezegd dat Cornelis de Helt daar niet zou zijn en dat zij later hoorde hoe de vrouw van Hendrik [Florisz] Verhaar de vrouw van Cornelis de Helt werd uitgemaakt voor diefachtige hoer. Ook hebben zij gezien hoe Cornelis de Helt nog niet geheel gekleed het pand verliet (bron: ONA Delft inv nr 1969c fol 98) Otr. (2) [1474] ? te ? Tr. ± 03-1669 te ? (bron: ?), tr. kerk ? te ? Echtgenoot is Huibrecht (Huibrecht) Joostensz van EIJK (Dijck) [4123], schout en bode van het zuideinde van Waddinxveen en schout van Benthorn. Geb. ? te ? Ged. ? te ? Overl. < 04-1673 te ? (bron: ?), begr. ? te ? Zn. van Joost (Joost) Huibrechtsz van EIJK [4124] en Aaltje (Aaltje) Jans ? [4125]. - Op 13-04-1673 wordt bij de doop van hun kind vermeld dat hij al is overleden. (bron: DTB Delft inv nr 57) - Op 12-03-1969 wordt de inboedel van Agnieta Kuijs beschreven. Dit vanwege het aankomende huwelijk tussen haar en Huijbrecht Joosten van Eick. (bron: ONA Delft inv nr 1969c fol 76) - Op 13-03-1669 is in een notariele akte de huwelijkse voorwaarden beschreven van Angenieta Gerrits Kuijs te Delft aan de onderdam weduwe van Cornelis de Helt en Huibrecht Joosten van Eick. Zij wordt bijgestaan door haar ouders, zwager Maarten Versloot en haar oom Roelanus de Bruijn. Hij wordt bijgestaan door zijn moeder Aaltje Jans weduwe van Joost Huibrechtsz van Eick en de dominee van 't noord en zuideinde. Het is zijn eerste huwelijk. Dit volgens ONA Delft inv nr 1969c fol 82. (bron: ?) - Op 01-09-1669 wordt het testament opgemaakt van de ziek te bedde liggende Agneta Kuis vrouw van Huijbrecht van Eik schout en bode van zuid Waddixveen en Benthorn en weduwe van Cornelis de Helt. Als erfgenamen worden haar ouders Gerrit Joosten Kuis en Grietje Buis genoemd. . (bron: ONA Delft inv nr 1969d fol 1) Otr. (3) [1475] op 25-11-1673 te Delft (bron: ? (DIGITALE STAMBOOM)), tr. op 31-12-1673 te Pijnacker (bron: ? (DIGITALE STAMBOOM)), tr. kerk ? te ? Echtgenoot is Jan (Jan) Jansz KUIJS [4126], plateelschilder. Geb. ? te verm. Delft (bron: ?), ged. ? te ? Overl. ? te ? Begr. ? te ? Zn. van Jan (Jan) KUIJS [4127] en ? (?) ? [4128]. Otr. (4) [1476] op 01-02-1681 te Delft (bron: DTB Delft inv nr 75). Echtgenoot is Joost (Joost) Arendsz SCHALK [4129], varentgezel. Geb. ? te ? Ged. ? te ? Overl. ? te ? Begr. ? te ? Zn. van Arend (Arend) SCHALK [4130] en ? (?) ? [4131]. - Op 14-02-1686 wordt er een opnieuw een testament opgesteld door Agnieta Kuijs weduwe van Jan Kuijs en echtgenoot van Joost Schalk. Genoemd worden de kinderen Cornelia Kuijs haar oudste dochter, Gerrit Kuijs, Jan Kuijs en Maria Schalk. De erfenis bestaat uit juwelen, een grote bijbel met zilver beslag en zilver keting, een goude ketting (nog van Jan Kuijs), een zilver zoutvat (gekregen van haar zus Dina), een psalmboek met schildpadden band en zilver beslag (bron: ?). |
| 3. | v | Dina (Dina) Gerrits KUIJS [4132]. Geb. ±02-1649 te ? (bron: ?), ged. (NG) op 28-02-1649 te Delft (get.: Joost Lievensz Kuijs, Dingnom Gerrits en Annetje Joostens) (bron: DTB Delft inv nr 9). Overl. ? te ? Begr. ? te ? - Op 03-12-1679 met attestatie naar Schipluiden (bron: ?). Otr. (1) [1479] op 15-01-1667 te Delft (bron: DTB Delft inv nr 23 + 73). Echtgenoot is Maarten (Maarten) Roelandsz VERSLOOT (van der Sloot) [4138]. Geb. ? te verm. Oudekerk (bron: ?), ged. ? te ? Overl. ? te ? Begr. ? te ? Zn. van Roeland (Roeland) VERSLOOT [4139] en ? (?) ? [4140]. Otr. (2) [1480] op 11-11-1679 te Delft (bron: DTB Delft inv nr 75). Echtgenoot is Jacobus (Jacobus) van ES [4141]. Geb. ? te ? Ged. ? te ? Overl. ? te ? Begr. ? te ? Zn. van ? (?) van ES [4142] en ? (?) ? [4143]. Jacobus van Es is weduwnaar: Otr.[1481] op ? te ?, tr. op ? te ?, tr. kerk op ? te ? met ? (?) ? [4144] geb. op ? te ?, ged. op ? te ? overl. op ? te ?, begr. op ? te ?, dv: ? (?) ? [4145] en ? (?) ? [4146]. |
| 4. | v | Petronella (Petronella) Gerrits KUIJS [4147]. Geb. ±07-1651 te ? (bron: ?), ged. (NG) op 23-07-1651 te Delft (get.: Arend Willemsz van Sanen en Dingnom Gerrits) (bron: DTB Delft inv nr 9). Overl. voor 1686 te ? Begr. ? te ? - Op 27-07-1670 met attestatie naar Zoetermeer (bron: ?) - Op 04-04-1670 is er bij notaris Spoor in Delft op verzoek van Gerrit Joostensz Kluis en zijn vrouw ouders van Pieternella Gerrrits een notariele akte opgemaakt. Hierin moet Gerrit Cornelisz Groen j.m. olieslager verklaren dat hij Pieternella Gerrits Kuijs had bewogen om buiten weten van haar ouders te vertrekken wat zij na lang aanhouden ook heeft gedaan. En dat zij vervolgens getrouwd zijn terwijl zijn ondanks dat zijn moeder zich daar tegen verzette. (bron: ?) - Op 23-04-1671 wordt er voor dezelfde notaris verklaard dat Gerrit Cornelisz Groen gehuwd met Pieternella Gerrits met zijn vrouw zeer qualijk en tyrannelijk leeft en haar mishandeld ook toen zij voor enige maanden in de kraam lag dat hij een dronkaard is etc. (bron: ?) - In 1686 worden in het weeskamer archief 2 dochters Johanna (Jannetje) en Constantia Groen beschreven. Jodocus Hiltebrandt levert als een van de voogden de rekeningen over aan de weeskamer. Hieruit bleken de volgende kostbaarheden aanwezig te zijn. Van Margaretha Holtebrant een goud ringetje met een robijntje, een zelfde kettinkje met moors werk, een zelfde ringetje met een Amersvoorts steentje en een zelfde oorringetje. Van hun overleden moeder een zilver tabaksdoosje met een zelfde kettinkje en een zelfde doosje zonder ketting maar met moors werk. Verder nog twee kettinkjes met zwarte en vergulde koralen die twee maal om de arm geslagen kunnen worden. (bron: ?). Otr. [1482] op 12-07-1670 te Delft (bron: ? (DIGITALE STAMBOOM)), tr. op 27-04-1670 te Pijnacker (bron: ? (DIGITALE STAMBOOM)), tr. kerk ? te ? Echtgenoot is Gerrit (Gerrit) Cornelisz GROEN [4148]. Geb. ? te ? Ged. ? te ? Overl. ±12-1694 te ? (bron: ?), begr. op 21-12-1694 te Delft (bron: ? (DIGITALE STAMBOOM)), (Nieuwe kerk). Zn. van Cornelis (Cornelis) GROEN [4149] en ? (?) ? [4150]. |
| 5. | v | Margaretha (Margrietje) Gerrits KUIJS (Kuijser) [4151]. Geb. ±03-1654 te ? (bron: ?), ged. (NG) op 15-03-1654 te Delft (get.: Joost Lievensz Kuijs en Dingnom Gerrits) (bron: DTB Delft inv nr 9). Overl. ±04-1723 te ? (bron: ?), aangifte 09-04-1723 Den Haag, begr. ? te ? - Op 05-12-1712 heeft Margaretha Kuijs weduwe van Jodocus Bernardus Hiltebrandt te Den Haag een testament op laten maken. Erfgenamen zijn haar zoon Jodocus Wilhelmus Hiltebrandt te Oost Indie en haar dochters Catharina en Margaretha Elisabeth. Otr. [1483] ? te ? Tr. na 11-1673 te ? (bron: ?), tr. kerk ? te ? Echtgenoot is Jodocus Bernardus (Jodocus) HILTEBRANDT [4152]. Geb. ? te ? Ged. ? te ? Overl. voor 1703 te ? (bron: ?), begr. ? te ? Zn. van ? (?) HILTEBRANDT [4153] en ? (?) ? [4154]. |
| 6. | v | Willemijntje (Willemijntje) Gerrits KUIJS [4155]. Geb. ±12-1656 te ? (bron: ?), ged. (NG) op 10-12-1656 te Delft (get.: Joost Lievensz, Pieter Walenburch, Barber Willems en Grietje Willems) (bron: DTB Delft inv nr 9). Overl. na 11-1673 te ? (bron: ?), begr. ? te ? |
| 7. | v | Josina (Josina) Gerrits KUIJS [4156]. Geb. ±03-1659 te ? (bron: ?), ged. (NG) op 30-03-1659 te Delft (get.: Joost Lievensz Kuijs, Dingnom Gerrits van Sanen en Pieternella de Bruijn) (bron: DTB Delft inv nr 10). Overl. ±01-1749 te Delft (bron: ?), aangegeven op 29-01-1749 te Delft, begr. op 29-01-1749 te Delft (bron: ? (DIGITALE STAMBOOM)), (Oude kerk). - Op 02-03-1681 met attestatie naar Schipluiden. (bron: ?) - Op 11-01-1706 maken Cornelis Mathijsz Pinksternakel en Zijn vrouw Josina Kuis een notariele akte in Delft (bron: ?) - Op 31-07-1730 maken Cornelis Mathijsz Pinksternakel en Zijn vrouw Josina Kuis een notariele akte in Delft. hierin worden genoemd hun twee zonen Mathijs in Oost indie en Joost in Delft en hun twee kleindochters Jacoba Steenhuijsen en Jannetje van Alenburgh. (bron: ?) - Op 05-02-1737 maakt Josina Kuis weduwe van Cornelis Mathijsz Pinksternakel een notariele akte in Delft. Hierin worden alleen haar zoon en de twee kleindochters genoemd. De erfenis bestaat uit een huis met erf aan de Brabandsche turfmarkt naast "de drie Emmertjes" te Delft en een groot japans stel van 5 stukken (bron: ?). Otr. [1484] op 15-02-1681 te Delft (bron: DTB Delft inv nr 75). Echtgenoot is Cornelis (Cornelis) Mathijsz PINKSTERNAKEL (Pijnsternakel) [4157], varentgezel. Geb. ? te ? Ged. ? te ? Overl. ±01-1737 te Delft (bron: ?), aangegeven op 16-01-1737 te Delft, begr. op 16-01-1737 te Delft (bron: ? (DIGITALE STAMBOOM)), (Oude kerk). Zn. van Mathijs (Mathijs) PINKSTERNAKEL (Pijnsternakel) [4158] en ? (?) ? [4159]. - Op 25-05-1705 wordt hij genoemd als schipper op een smalschip. In december 1704 heeft hij zijn schip te Sas van Gent verruilt voor een ander schip. De lading bestaande uit ammunitie voor de infanterie heeft hij overgeladen. (bron: ONA Delft inv nr 2540b fol 101) - Op 29-06-1713 geeft Rincke Jacobs uit Workum knecht op het schip van schipper Cornelis Pinxtelnakel aan dat deze laatste hem mag vertegenwoordigen. Dit omdat het schip met bemaning in 1712 door de toenmalige vijand te Langres Champagne inbeslag is genomen. Cornelis Pinxtelnakel heeft samen met zijn knecht 11 maanden in de gevangenis gezeten en proberen nu de kosten te verhalen op "het gemeneland". (bron: ONA Delft inv nr 2525f fol 204) |
| 8. | m | Willem (Willem) Gerritsz KUIJS [4018] (code: 2^10+0728), geb. ± 03-1663 te ? (zie 1752). |
| 9. | v | Maria (Maria) Gerrits KUIJS [4160]. Geb. ±09-1665 te ? (bron: ?), ged. (NG) op 03-09-1665 te Delft (get.: Roelandus van Edenburgh, Toontje Barens en Angenieta van der Holst) (bron: DTB Delft inv nr 58). Overl. na 11-1673 te ? (bron: ?), begr. ? te ? |
| Eerste blad Vorig blad | Blad 214 van 357 bladen. | Schema Volgend blad Laatste blad |