30.7.1667 7.4.1685 | Mathijs Pieters van Slingerlant en Elisabet Dircxd[ochte]r van Leeuwen vercost aen Jacob oijevaar timmer man bel[ast] met de voorsz[egde] grontrente om eerst IJc g[u]l[den] gereet ende noch een custinghb[rief] van Ve g[u]l[den] te betaelen met C[aroli] g[u]l[den] sj[ae]rs meije 1668 t I[sup]e twlckens metten interesten van t onbetaelde jegens den pen[ingen] XXtich bij overstel[len] aen Corn[eli]s Jacobsz de haes en is bij willich decreet deser vierschare gelevert den 15:6:1667
is mede belast met den IIIJc g[u]l[den] breder overgestet in t 10 reg[ister] fol[io] 431 verso is nadere afgesch[reven] en is bij Jacobus van Campen cum socio voochden over de naegelate kinderen en goederen van Annetge van Koesvelth 3:5:1687
IJc XL g[u]l[den]
wed[uw]e van Jacob Oijevaer vercost aen Jacob Suisou wolcammer belast met de voorsz[egde] grontrente om ten hondert | decreet de gecass[eerde] custinghb[rief] van 500 g[u]l[den] is alh[ie]r vertoont den 20-3-1685 |