| | 127 folio 127 op huijden den 30 april 1779
compareerden JHaeften voor mij m[eeste]r Willem Gerard van Nes notaris des hoofds van Utrecht aldaar residerende ende bij de ed[ele] gr[] achtb[are] heren borgemeesteren ende vroedschap der zelver stad geadmitteerd ende voor de nagenoemde getui gen Gijsje de GreefMaare wed[uw]e van Jan de Greef als mede der zelfs zoonen Albertus de Greef, Jan de Greefen Jacob de Greef verklarende te zamen ende elk in t bijzon der en in t geheel gehuurd te hebben van den h[ee]r en m[eeste]r Frederik Jan van Westrenen heer van houdringe etc[etra] zekere kamere staande aan de Bild aldaar naast de stallinge spectrende tot de herberge het Rode Hart genaamd met het halve tuintje daar achter op gelijke wijze als
de zelve bij haarlieden in hure gebruikt en bewoond is voor den tijd van vier jaaren ingegaan den 1 maij 1779 jaarlijx het eerste jaar om vier en twintig g[u]l[den] tien st[uiver]s en de drie volgende jaaren om vijf en twintig g[u]l[den] te betalen alle halv jaar de gerechte helft precies op den verschijndag op verval van de verdere huur zoo h[ee]r verhuurder dat verzuim wil opnemen en anders niet in t verder zal men zich nopens het bewoonen repa reren ende weder op leveren moeten regueleren na de placaten ende ordonantien op t bewoonen der huijzen geemareerd ende noch te emaneren Tot nakomninge van t gene voorschreven staat verklaren | |