| De Roodt David Davidsz wonagtigh op de Goorn naergelatene soone en mede erfgenaam van Wijlen Davidt Hendriksz in hu welijk verwekt bij Grietje Philips welke nae doode van sijn req[uiran]ts vader in een twede huwelijk is getrouwt met eenen Casper de Wolff bij welke verwekt hebbende een eenig kind genaamt Casper Caspersz tans omtrent seventien
jaren out mede deser werelt is komen te overlijden en wel in den jare 1741 t zeder welke tijt hij reqpuiran]t genoemde sijn halve broeder heeft gealimenteert rea[uiran]t alsoo genoemde Casper Caspers nae doode van sijn vrouw een huijsje tot de gemeen schap behorende heeft verkogt gelegen op Risdam of Keern ende req[uiran]t in desen lopende jare mede heeft verkogt een huijse afgekomen van gemelte sijn moeder ofte tot de gemeenschap van goederen hebbende behoort tegen het transport van welk huijsje gemelte Casper Caspersz heeft gedaan een informeel interdict nae welke van hier is vertrocken sonder te weten werwaarts ende vermits den req[uiran]t is onmagtigh om
kosten van proceduren te supporteren soo versoekt den req[uiran]t omme daer omtrent pro deo te mogen werden bedient | schepenen req[uiran]t injudicio hebbende gehoord accorderen den selve omme ten eijnde als bij de presenties versogt prodeo mogen worden bedient |