Vannacht is het verders rustig gebleven.Geruchten doen de ronde over twee treinen, die bij Utrecht op elkaar zijn gelopen. Eén of alle twee zaten vol met Duitse militairen. Men spreekt van sabotage.
In Rotterdam is een pastoor gearresteerd omdat hij vlak na het bombardement, voor de slachtoffers had laten bidden, en daarbij een groter getal genoemd had als het officiële bericht. Ook zijn er tijdens de oorlogsdagen, toen er al Duitse soldaten tot in Rotterdam doorgedrongen waren, drie broeders doodgeschoten. Omdat zij de toegang tot het klooster weigerden.
Toelichting: Dit soort geruchten laat zien hoe sterk de mentale oorlogsbeleving in de eerste bezettingsmaanden werd bepaald door angst, onzekerheid en de hoop dat de Duitsers door sabotage zouden worden getroffen. Zonder feitelijke kennis werden gebeurtenissen gemakkelijk aan de Duitsers toegeschreven, talloze verhalen deden de ronde.
Een van de hardnekkigste geruchten was dat Duitse militairen zich zouden vermommen als nonnen en paters om ongehinderd ons land binnen te dringen. Dat gerucht werd vier broeders van het Rotterdamse convent van de Broeders van Saint Louis uit Oudenbosch fataal. Toen Nederlandse soldaten zagen dat Duitse militairen het broederhuis betraden en even later broeders in habijt naar buiten kwamen, concludeerden zij ten onrechte dat de Duitsers zich als geestelijken hadden verkleed. De broeders werden daarop onder vuur genomen.
De doden en gewonden - Duitsers en Nederlanders, burgers en militairen - werden door het Rode Kruis naar het Zuiderziekenhuis gebracht, waar Duitse militaire artsen en Nederlandse dokters gezamenlijk de slachtoffers verzorgden. Daar kwam de wrange waarheid aan het licht: bij het verwijderen van de kogels bij de gewonde broeders bleek dat deze van Nederlandse makelij waren.