Vanmorgen weer eens naar de twaalf uur mis geweest en natuurlijk weer op mijn oude plaatsje gestaan helemaal achteraan
Mijn emmer met zeep is nog niet al te stijf. Volgens zijn collega's was hun resultaat zo dat ze de emmer aan een eindje hout dat In de zeep had gestaan, konden optillen. Dat spatje op mijn arm is een vurige plek geworden.
Vandaag hoorde ik van iemand die kon voor een gouden tientje al zestig gulden krijgen.
Vanavond weer zitten over tekenen en vanmiddag weer een stelletje kranten uitgezocht. Wel niet de hele middag, want ik was pas om half vier thuis. Eerst heb ik nog een foto genomen op de Blauwburgwal van de herstelwerkzaamheden aan een walmuur en een foto van de winterhulploterij op de op het Haarlemmerplein.
Ook nog een brief geschreven aan Nico [Engelschman] van de volgende inhoud.
Amsterdam 16-11-41.
Beste Nico,
Al schrijven of zien we elkaar niet veel zo af en toe is het toch een teken van leven, maar eigenlijk zou jij het
eerst geschreven hebben. Volgens je laatste kaart van 25 juli 1941. Maar, enfin, we zijn wel meer van die rare
correspondentie en afspraakjes van elkaar gewoon. De kwestie is, ik zou graag de twee ingesloten briefjes
vertaald hebben. Ik twijfel niet aan of je zal het wel voor mij willen doen. De twee ruwe randen moeten aan
elkaar. Hoor ik ook nog eens hoe het ermee staat. Ik leef nog hoor en maak het naar omstandigheden tamelijk
best. Alleen, je weet wel hé? Dat nog steeds niet. Zeg schrijf je die vertaling niet met een al te lopende hand,
want het komt op kleinigheden aan.
Nou Niek ontvang de hartelijke groeten van Bob Vermolen
Veel succes.
P.S. Het is al bijna kwart voor twaalf (dit laatste staat natuurlijk niet In de brief).