Vanmorgen en gisterenavond ook was er natuurlijk weer geen water. Ik heb als Dolmetscher [= tolk] moeten fungeren voor twintig nieuwe Hollanders. Meister Strohm kwam mij al vroeg roepen. Toen moest ik vragen aan de nieuwe jongens wat ze van beroep waren en dat vertalen. Toen werden ze onderverdeeld in verschillende hallen. Ook een stuk of zes kwamen weer in hal 1 terecht. Die moest ik nu helpen aan wat gereedschap en wat oude elektrobuis en moest ik ze bogen laten buigen. We hebben nog even gelachen omdat ik een schilder “stricher” [= prostitueren] noemde, omdat ik wel eens gelezen had ”frisch gestrichen” Maar zo iemand heet Maler.
Nu vanavond heeft iedere kamer twee ketels gekregen. Één om de soep in te halen en één voor het droge eten. Maar nu moeten nog steeds een paar man het eten halen veel verbetering is het daarom niet.