(Geen dagboektekst alleen een briefkaart)
Toelichting: In een bewaarde door brand aangetaste brief aan zijn ouders schrijft hij dat de post en vooral de pakjes weer vrij goed aankomen. Hij vraagt om brood, overhemden, mesjes, wol en naammerkjes voor de wasserij. Tijdens zijn vakantieweek had hij slecht weer; bij een bezoek aan Kassel, “wat eens de stad was”, moest hij een hele ochtend in de schuilkelder zitten. Hij verveelt zich op de Mattenberg, klaagt dat er voor Hollanders weinig wordt gedaan door het Arbeidsfront, terwijl arbeiders uit andere landen wel extra pakketten krijgen. Verder vertelt hij over een winterse bergwandeling, een Hollandse avond in de kantine en een bezoek aan een Franse aalmoezenier, van wie hij de volgende zondag na de mis een foto wil maken.