Gisterenavond een Franse avond, waar ook weer niet veel aan was. Alleen Siem had geweldig veel succes, die trad ook weer op eens op. Ik had brandwacht, maar ben nadat ik afgestempeld had weer weggegaan. Vanavond heeft Piet [van Aken] voor mij afgestempeld. De stad in geweest met Tommy Brettschneider en nog een paar jongens, aardig nat thuisgekomen.
Toelichting: In een bewaarde brief aan zijn ouders schrijft Bob schrijft dat hij de laatste tijd veel pakketten ontvangt en daar erg blij mee is, vooral met het ondergoed en het overhemd. Ook zijn de foto’s uit Rotterdam eindelijk aangekomen; de grote foto’s hangen inmiddels ingelijst aan de wand.
Hij vertelt dat hij een foto heeft gemaakt van een Franse aalmoezenier. Deze geestelijke was krijgsgevangene geweest, is inmiddels vrij, maar wil niet naar Frankrijk terug omdat hij bij “zijn jongens” wil blijven. Bob schrijft dat deze pater bij hem in dezelfde hal werkt.
Verder meldt Bob dat hij op 25 maart 1944 zelf een pakket naar huis heeft gestuurd. Het grootste deel daarvan is van Tommy Brettschneider en moet naar diens vrouw worden gebracht. Zijn eigen kleine pakje bevat overhemden en ondergoed dat thuis hersteld of vermaakt moet worden. In de overhemden zitten vier kleine pakjes, films of negatieven uit zijn camera, die naar Lux gebracht moeten worden om te laten ontwikkelen of afdrukken.
Hij vraagt opnieuw om geen films op te sturen, maar wel foto’s te laten afdrukken en kleine foto’s terug te sturen. Ook vraagt hij naar de Fokkerfabrieken: of die nog staan en of daar nooit iets is gebeurd. Aan het einde maakt hij nog een luchtige opmerking over de foto’s van zijn ouders: hij vindt ze mooi, maar schrijft dat moeder oud wordt en dat vader natuurlijk weer grijnst. Tot slot vraagt hij om scheermesjes.
Hij vertelt dat hij een foto heeft gemaakt van een Franse aalmoezenier. Deze geestelijke was krijgsgevangene geweest, is inmiddels vrij, maar wil niet naar Frankrijk terug omdat hij bij “zijn jongens” wil blijven. Bob schrijft dat deze pater bij hem in dezelfde hal werkt.
Verder meldt Bob dat hij op 25 maart 1944 zelf een pakket naar huis heeft gestuurd. Het grootste deel daarvan is van Tommy Brettschneider en moet naar diens vrouw worden gebracht. Zijn eigen kleine pakje bevat overhemden en ondergoed dat thuis hersteld of vermaakt moet worden. In de overhemden zitten vier kleine pakjes, films of negatieven uit zijn camera, die naar Lux gebracht moeten worden om te laten ontwikkelen of afdrukken.
Hij vraagt opnieuw om geen films op te sturen, maar wel foto’s te laten afdrukken en kleine foto’s terug te sturen. Ook vraagt hij naar de Fokkerfabrieken: of die nog staan en of daar nooit iets is gebeurd. Aan het einde maakt hij nog een luchtige opmerking over de foto’s van zijn ouders: hij vindt ze mooi, maar schrijft dat moeder oud wordt en dat vader natuurlijk weer grijnst. Tot slot vraagt hij om scheermesjes.