Henk [Leenhoven] naar de trein gebracht, die heeft Urlaub. De pech begon al bij de tram. Toen de tram wou vertrekken, kwam er van de andere kant ook een en er is daar maar één baan, dus een van de twee moest terug. Na veel gekibbel, ging de tram van Henk [Leenhoven] terug. Op Goldbach stapten we (we waren met onder andere 10 man) over. Daar kregen we alweer herrie met de conducteurs, snotneuzen van misschien 14 jaar. Toen een conductrice afbelde terwijl Tommy [Brettschneider/Tournier] nog buiten stond, trok ik al razende aan de schel, maar hij reed toch door, maar Tommy [Brettschneider/Tournier] kon er nog opspringen. Ze bellen hier toch zo gauw af, er was nog een oude dame die er ook haast onderkwam, doordat die snotneus te vroeg afbelde. Even daarna kwam er een agent op de tram, die toen hij al die koffers zag de Urlaubsschein van de jongens wilde zien. Hij was zeker bang dat we wegliepen. Toontje [van Beveren] en ik die natuurlijk geen Urlaubschein hadden, sloeg hij toevallig over, maar het had mij benieuwd wat hij toch gezegd zou hebben, als hij geweten had dat wij er geen hadden. Maar het is toch niet verboden je kameraden naar de trein te brengen of op de tram te staan. Bij het Raadhuis kregen we ook weer herrie met die agent omdat we volgens hem te hard schreeuwden. We schreeuwden een beetje naar Alex en nog een paar jongens die buiten liepen. Ze gingen nog een café binnen, maar Tom [Brettschneider/Tournier] en ik niet in wilden omdat we ons niet aangekleed hadden. Het zal mij benieuwen of die reis goed afloopt. Het gaf je toch wel een beetje een raar gevoel die jongens te zien vertrekken naar Holland toe. De tweede juni vertrekken ze weer uit Holland, dan zijn ze de derde juni hier, precies op mijn verjaardag. Dan zal Henk [Leenhoven] wel voor mij een pakje bij zich hebben van thuis.
Donderdag 20 mei 1943