Duitse Rijk Oberzwehren-Kassel, 'Lindenhof' Altenbaunaer Straße 72 Maandag 17 mei 1943

Vannacht weer luchtalarm geweest. We zijn weer naar die schuilkelder gegaan, hebben er een uur gezeten, maar zijn toen maar weer naar huis gegaan. De hele nacht hebben we niets gehoord. Vanmorgen viel ons echter op straat een zekere spanning op. Om circa 8:00 uur kwam op de fabriek iemand zeggen dat we naar huis toe moesten om onze koffers te pakken, want om 9:00 uur zou het water van de Fulda ten gevolgen van een bombardement van een stuwdam door de Engelsen op komen zetten en alles blank zetten. Wij naar huis. Toen we bij de Fuldabrug kwamen konden we onze ogen haast niet geloven, want er was haast geen water meer in de Fulda. En dat terwijl we juist het tegendeel verwacht hadden. Thuiskomend zagen we dat jongens van de vliegersschool en Hitlerjugend al bezig waren onze koffers op te laden. dit bracht natuurlijk een grote chaos te weeg, want de kastjes waren nog vol. De kastjes braken ze maar open en alles sleepten ze op de wagen. Ik zag al bij aankomen m'n koffer op de wagen staan en na mij overtuigd te hebben dat de mijne weg was vroeg ik hem terug, waarbij ze heel verwonderd keken. Die sufferds begrepen niet dat je andere rommel er ook nog bij moest. De organisatie was dus ook weer net als altijd slecht. Want niet alleen het rare wegslepen, wat nog enigszins goed te praten is wegens het gebrek aan tijd, maar waarom mochten sommige jongens van hun meester niet naar huis om hun boel in te pakken en waarom werd dat op de fabriek ook niet beter doorgegeven? Ook de bedden en matrassen en dekens werden opgeladen en we hadden al angst dat we 's avonds dezelfde bedden moesten gebruiken, waarbij je kans had een ander z'n luizennest te krijgen. Maar die vrees is ongegrond gebleken. We kregen nog vuuralarm ook.

Wij gingen maar vast met de tram naar Mattenberg Lager, maar onderweg kwamen we een Lagerführer tegen die ons zei dat we op Lindenhof kwamen, zodoende liggen we nu weer op Lindenhof, alwaar we al eens 5½ maand hebben gelegen. Hier was alles ook weer nieuw ingericht, nieuwe bedden en kasten en schone dekens kregen we ook nog. Wat dat betreft treffen we altijd nog al.

Tommy [Ton Tournier] en ik zijn toen we de stad in geweest tot aan de staatsopera alwaar je het water van de Fulda snel zag rijzen. 's Middags zijn Tommy [Ton Tournier] en Theo [Staats] en ik ergens buiten Kassel naar de Fulda geweest, hetgeen door het mooie weer een lekkere wandeling werd. Na enig gezoek vonden we de wild stromende Fulda, ver buiten z'n oevers, de huizen en bomen stonden diep in het water. Er moeten zoals verteld wordt hele dorpen onder water staan. Er was nog een man die stroopte, want het was daar net een bocht alwaar veel aanspoelde. Ik heb nog stiekem een foto gemaakt van een boom die half onder water stond. In het terugkomen foto's gemaakt van het Engelse kerkhof van 1914 - 1918.

Toelichting: Omdat eerdere geallieerde bombardementen op Duitse wapenfabrieken niet altijd blijvende resultaten opleverden, werd ook gekeken naar kwetsbare punten in de Duitse oorlogsindustrie, zoals de elektriciteits- en watervoorziening. De grote stuwdammen waren daarbij belangrijke doelen, omdat zij water leverden voor industrie, energieopwekking en transport. Gewone bommen waren tegen deze zwaar verdedigde dammen echter moeilijk effectief in te zetten. Daarom ontwikkelde Barnes Wallis een speciale “stuiterbom” of rollende bom. Deze bom moest over het water springen, over de torpedonetten heen gaan, tegen de damwand tot stilstand komen en onder water ontploffen.
Na succesvolle proeven voerde de Britse RAF in de nacht van 16 op 17 mei 1943 Operatie Chastise uit, beter bekend als de aanval van de Dambusters. Hiervoor werd het speciaal gevormde 617 Squadron ingezet met 19 aangepaste Lancaster-bommenwerpers, elk met één stuiterbom. De operatie was gericht op Duitse stuwdammen, waaronder de Möhne-, Eder- en Sorpedam. Uiteindelijk werden de Möhnedam en de Ederdam doorbroken; de Sorpedam werd niet doorbroken. De verliezen aan Britse zijde waren groot: acht Lancasters gingen verloren en 53 bemanningsleden kwamen om.
Door de doorbraak van de Ederdam stroomde een enorme hoeveelheid water via de Eder naar de Fulda. Daardoor werden plaatsen in het Edertal zwaar getroffen en bereikte de vloedgolf later ook Kassel. Daar kwamen onder meer lage delen langs de Fulda, de Karlsaue, de Unterneustadt en de omgeving van bruggen en oeverbebouwing onder water te staan. In het Edertal kwamen ongeveer 70 mensen om.
Bij de Möhnedam waren de gevolgen nog groter. Daar stroomde het water door de Möhne- en Ruhrvallei, een dichter bevolkt en industrieel belangrijk gebied. Moderne schattingen noemen in totaal ongeveer 1.600 doden door de overstromingen, onder wie veel buitenlandse dwangarbeiders en krijgsgevangenen. De materiële schade was groot, maar de Duitsers wisten de dammen en voorzieningen relatief snel te herstellen, waardoor het langdurige strategische effect beperkter bleef dan de Britten hadden gehoopt.