Tom [Brettschneider] die al meerdere malen beweerd had dat hij een muis in z'n kussen had, lag vanmorgen ook weer te stompen en te slaan op z'n kussen. Opeens voelde ik, die onder hem ligt, wat op m'n haar komen. Opspringend zag ik nog net een muis weglopen. Even daarna, met het bed opmaken, sprong er onder mijn kussen ook een vandaan. We strooien toch al sinds enige dagen muizenvergift, maar dat zullen we nu met kracht voortzetten, misschien dat het wat helpt.
Ik heb al een boekenkastje gemaakt en nu maken we een lampenkapje van prespaan [isolatiepapier]. Een strijkbout is er ook al, zo maak je het je zo gezellig mogelijk. En als Toontje [van Beveren] van verlof terugkomt, brengt hij misschien grote foto's mee die ik besteld heb, als ze tenminste nog gemaakt konden worden. Met eten halen is het anders nog hopeloos. In de rij moet je staan in weer en wind. En een modder dat het weer is.
De film uit Rotterdam hebben ze ontvangen en meteen hebben laten ontwikkelen; zodra de foto’s klaar zijn, zullen ze die terugsturen. Ook proberen ze schoencrème en een koffer voor hem te regelen. Zijn vader is daar druk mee bezig en zal ook nog naar het adres gaan dat Bob had doorgegeven.
Ze willen graag weten of Bob het eerder verzonden pakket al heeft ontvangen. Daarin zaten zachte zeep, harde zeep, suiker, vier dassen en koek. Ze begrijpen uit zijn berichten wat hij nodig heeft en beloven hun best te doen, vooral wat betreft de foto’s.
Zijn moeder schrijft apart dat ze zijn brieven hebben gelezen en beseffen hoe erg de situatie in Kassel is. Ze is blij dat hij gespaard is gebleven, maar waarschuwt hem dat hij zijn hoofd helder moet houden. Uit een paar woorden in zijn brief maakt zij op dat hij mogelijk wat begint “af te dwalen”; ze zegt voorzichtig dat men niet alles openlijk kan schrijven.