Vanmorgen zijn Henk [Leenhoven] en ik naar Haldoorn gegaan. Hij vond het dadelijk goed dat wij in Altenritte bleven slapen, maar niet meer als twee man zei hij. Ook wist hij dat, dat huis de Turnhalle was, dus daar was allang met hem over gesproken. Hoe langer hoe meer ben ik ervan overtuigd, dat Rausch in deze zaak weer een vuile rol speelt, maar hij grijpt ernaast.
Woensdag 22 november 1944