Henk [Leenhoven] en ik hoopten erop het kleine kamertje te krijgen, maar volgens Rausch, die het er wel mee eens was dat wij er kwamen wonen, zoals hij ten minste zei. Mocht het voorlopig niet van ingenieur Michels. Ik vanavond naar Strohm gegaan. Hij zei onder andere dat ik moest beloven dat het daar geen hoerenkast werd, dat kon ik voor zijn part in het bos doen en dan moest Haldoorn, de Oberlagerführer, zijn toestemming ervoor geven, dat wij het lager uitgingen. We hebben toen afgesproken dat ik het morgen aan Haldoorn vraag, die dan Strohm zal opbellen. Ik geloof dat Rausch een vuile politiek achter onze rug speelt, misschien heeft hij nog wel iets met dat kamertje voor.
Nadat het ongeveer een week tamelijk rustig is geweest, zelfs ’s avonds is het de laatste dagen weer volop alarm. Maar in Altenritte merk je daar weinig van, er is niet eens een sirene, wel een handsirene, maar die is stuk.
Vanmorgen kwam de ruzie tussen Aad en mij eindelijk zo hoog, dat we elkaar grepen. De petroleumlamp viel ook nog om, want er was geen elektrisch licht, misschien iets stuk gegaan door de storm van vannacht.