Hoe het verder verliep met Bob Vermoolen
Op 6 juni 1945 keerde Bob Vermoolen na bijna drie jaar in Duitsland te hebben doorgebracht terug naar Amsterdam. Hij was inmiddels 28 jaar oud. Zijn verblijf in Kassel, de bombardementen en de laatste chaotische oorlogsmaanden hadden diepe indruk op hem gemaakt. Maar de terugkeer betekende ook het einde van een periode waarin hij, ondanks alle ontberingen, hechte vriendschappen had opgebouwd.
Tijdens zijn verblijf in Duitsland was Bob bijzonder gehecht geraakt aan verschillende Nederlandse lotgenoten. Uit zijn dagboek blijkt dat sommige van deze contacten voor hem een grote emotionele betekenis hadden. Voor enkele van zijn kameraden koesterde hij waarschijnlijk meer dan alleen vriendschappelijke gevoelens
De moeilijke terugkeer
De terugkeer naar Nederland betekende voor veel voormalige tewerkgestelden niet het warme welkom waarop zij hadden gehoopt. Hoewel zij onder Duitse druk of dwang in Duitsland hadden gewerkt, werden zij na de bevrijding soms met wantrouwen bekeken. Niet iedereen maakte onderscheid tussen gedwongen tewerkstelling en vrijwillige samenwerking met de bezetter.
Een indringende getuigenis hiervan is te vinden in de brieven die Bob ontving van zijn voormalige lotgenoot Dick Koek.
Op 14 november 1945 schreef Dick hoezeer hij de hartelijkheid en onderlinge verbondenheid miste die zij in Duitsland hadden ervaren. Hij herinnerde zich een leven waarin zij voortdurend met gevaar en de dood werden geconfronteerd, maar waarin zij ook sterk op elkaar waren aangewezen. Hij schreef dat hij na zijn terugkeer aanvankelijk zelfs terugverlangde naar de verstandhouding die zij in Duitsland hadden gekend. De gewone samenleving, waarin iedereen weer zijn eigen belangen en bezigheden had, viel hem tegen.
In een volgende brief, van 5 februari 1946, uitte Dick zijn ongenoegen en teleurstelling over de behandeling van teruggekeerde dwangarbeiders veel nadrukkelijker. Hij schrijft dat volksherstel aanvragen van dwangarbeiders terzijde schoof en dat arbeidsbureaus werkgevers erop wezen dat sollicitanten in Duitsland hadden gewerkt, alsof dat een bezwaar vormde. Extra wrang omdat sommige fabrieksdirecteuren die hun werknemers in 1942 voor de arbeidsinzet hadden aangemeld, hen na de oorlog met minachting behandelden.
Van de bijzondere verbondenheid en hechte persoonlijke relaties tussen Bob en en zijn kameraden blijft bijzonder weinig over na zijn terugkeer. Veel tewerkgestelden trouwden, stichtten een gezin. Als ze onderling contact hielden voelde Bob zich duidelijk teleurgesteld wanneer hij merkte dat zijn kameraden elkaar al eerder hadden ontmoet terwijl de ontmoetingen met hem niet tot stand kwamen.
Een teruggetrokken bestaan
Bob bleef zijn hele leven ongehuwd. Tot het overlijden van zijn moeder op 24 april 1962 woonde hij bij haar in het ouderlijk huis. Hij was toen 44 jaar oud.
Uit familiecorrespondentie blijkt dat de onderlinge verhoudingen niet altijd gemakkelijk waren. Zowel zijn tante, die kloosterzuster was, als zijn zussen spraken hem regelmatig aan op zijn houding. Zij vonden dat hij meer voor voor zijn moeder kon doen. Zo bewaarde hij een brief van zijn zus die duidelijk geërgerd was dat zij bij haar moeder allerlei klusjes moest verrichten, terwijl Bob daar zelf woonde en volgens haar nauwelijks iets in het huishouden deed.
Bob leefde een vrij teruggetrokken bestaan, maar zorgde toch ook dat hij zich wel onder de mensen begaf. Hij was dan ook vaak ergens wandelend in de stad te vinden. Ook bleef hij ook tot na zijn pensionering werken. Daarbij gebruikte hij een andere naam en gaf hij een onjuiste leeftijd op. Dit kwam aan het licht toen hij in een ziekenhuis werd opgenomen, na een hartaanval. Zijn werkgever kwam hem bezoeken en merkte tot zijn verbazing dat op het bordje aan Bobs voeteneind een heel andere naam en leeftijd stond dan die waaronder hij zijn werknemer kende.
Een verzamelaar
Zijn belangstelling voor het vastleggen van de geschiedenis en techniek bleef zijn hele leven bestaan. Zo bouwde hij door de jaren heen een enorme verzameling op. Zijn huis vulde zich met telefoontoestellen, waaronder bijzondere en zeldzame exemplaren, religieuze voorwerpen, Mariabeelden, wijwaterbakjes, boeken en allerlei andere zaken. Er waren ook enkele voorwerpen die, al waren ze niet door hem zelf gestolen, toch op een bedenkelijke wijze in zijn bezit waren gekomen.
Hij bewaarde niet alleen kostbaar of historisch materiaal, maar ook alledaagse documenten, correspondentie en persoonlijke aantekeningen. Zelfs brieven waarin familieleden hem bekritiseerden, verdwenen niet in de prullenbak.
Zijn belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog en urgentie om dit niet te vergeten bleef eveneens bestaan. Als kind kreeg ik van hem boeken over de oorlog, waaronder boeken met schokkende kleurenfoto's uit de concentratiekampen.
Bob kon ook opmerkelijk attent zijn. Toen mijn zusje als kind drie maanden in het ziekenhuis lag, kwam hij dagelijks bij haar voorlezen. Tegelijkertijd kon hij daar warm eten. Hij koos voor zijn bezoeken bij voorkeur momenten waarop er geen andere familieleden aanwezig waren. Die combinatie van betrokkenheid en afstandelijkheid lijkt kenmerkend voor zijn omgang met anderen.
Een verborgen leven
Bob groeide op in een diep katholiek gezin en bleef zijn hele leven sterk aan zijn geloof gehecht. Op dertienjarige leeftijd verbleef hij ruim vier maanden op het Juvenaat van het Heilig Hart in Oudenbosch, waar hij de tweede klas van de MULO bezocht. Ook zijn tante, die kloosterzuster was, probeerde hem later herhaaldelijk te bewegen tot een leven in het klooster. Bob heeft die stap nooit gezet
Al vóór zijn vertrek naar Duitsland schreef hij in zijn dagboek over persoonlijke verlangens die hij nauwelijks durfde te benoemen. In oktober 1941 beschreef hij hoe hij een deel van zichzelf tegenover de buitenwereld verborgen moest houden. Hij had slechts enkele vertrouwelingen met wie hij hierover kon spreken.
In een katholieke samenleving waarin homoseksualiteit sterk werd afgekeurd, moeten dergelijke gevoelens moeilijk bespreekbaar zijn geweest. Uit zijn dagboek blijkt in ieder geval dat Bob met verlangens worstelde waarover hij zelfs op papier niet volledig open durfde te zijn.
Bobs seksuele belangstelling richtte zich niet uitsluitend op volwassen mannen, maar ook op minderjarige jongens. Zijn omgang met jonge jongens was binnen de familie een bron van ernstige bezorgdheid. Zo was zijn zus soms boos op haar moeder, omdat die volgens haar onvoldoende optrad wanneer Bob met jongens op stap ging. Familieleden voelden zich soms zelfs genoodzaakt anderen voor hem te waarschuwen. Zijn zusters bleven hem steunen en hebben zich bij bezoeken zelfs voor zijn echtgenote uitgegeven.’
‘Het moet voor Bob bijzonder moeilijk zijn geweest om zijn persoonlijke verlangens te verenigen met zijn diepgewortelde katholieke geloof en de maatschappelijke opvattingen van zijn tijd.’
De nalatenschap
Bob had vóór zijn overlijden zijn neef, mijn oom, gevraagd om gevoelig materiaal uit zijn nalatenschap te vernietigen. Mijn oom was ook degene die na Bobs overlijden de volledige nalatenschap moest afwikkelen.
Hij besloot echter niet alles weg te gooien. Tussen de vele persoonlijke documenten en foto's bevonden zich immers ook bijzondere historische opnamen, dagboeken en andere voorwerpen die het bewaren waard waren.
Daardoor bleef deze uitzonderlijke verzameling bewaard: duizenden foto's en negatieven, dagboeken, brieven, documenten en persoonlijke bezittingen die samen een gedetailleerd beeld geven van het leven van een jonge Amsterdammer tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De omvang van de collectie is mede te danken aan Bobs gewoonte om vrijwel alles te bewaren. Zelfs de meest onbeduidende briefjes en papieren bleven behouden. Juist daardoor kunnen we nu niet alleen zijn ervaringen tijdens de oorlog reconstrueren, maar ook iets te weten komen over zijn persoonlijkheid, zijn familie en de verhoudingen met de mensen om hem heen.
Een onverwacht begin
Na Bobs overlijden kwamen o.a. oude foto's, bidprentjes, trouwkaarten van zijn ouders en grootouders bij mijn moeder terecht. Die foto's vormden voor mij het begin van mijn belangstelling voor genealogie. Wat begon met enkele familieportretten, groeide uit tot een langdurig onderzoek naar onze familiegeschiedenis.
In 2025 bracht diezelfde belangstelling mij opnieuw bij Bob toen mijn oom het bewaarde materiaal aan mij overdroeg. Zijn dagboeken en de duizenden foto's die hij tijdens de oorlog had gemaakt, bleken een bijzondere historische waarde te hebben. Ze maakten het mogelijk zijn ervaringen in Amsterdam en Kassel vrijwel van dag tot dag te volgen.
Het onderzoek bracht mij ook in contact met verwanten van mannen met wie Bob tijdens de oorlog had samengewerkt en samengewoond. Zo kwamen, meer dan tachtig jaar later, verhalen en herinneringen bij elkaar die lange tijd afzonderlijk bewaard waren gebleven.
De man die zoveel verzamelde, maar tegelijkertijd zoveel verborgen wilde houden, had onbedoeld de bronnen nagelaten waarmee we toch een bijzonder inkijk krijgen in zijn eigen levensgeschiedenis.
Eindelijk rust
Wie was Bob Vermoolen werkelijk?
Een nieuwsgierige, nauwkeurige, en ondernemende jongeman, een gedreven fotograaf en verzamelaar, maar ook een diep gelovige man die worstelde met zijn gevoelens en zijn plaats in de samenleving. Hij verlangde naar genegenheid, maar hield anderen vaak op afstand. Hij kon attent en betrokken zijn, maar ook weinig rekening houden met de mensen om hem heen. Zijn leven kende bovendien een donkere kant, die binnen de familie niet onopgemerkt bleef.
Na zijn overlijden werden er twee woorden op zijn graf aangebracht. Woorden die deze innerlijke strijd misschien beter samenvatten dan een lange levensbeschrijving ooit zou kunnen: Eindelijk rust
Bron: herinneringen samengevat door Remko Ooijevaar