Epiloog: Rinus van Eijk

Rinus van Eijk – tewerkgesteld in Kassel

Onderstaand verhaal over de oorlogsjaren van Rinus van Eijk is opgetekend aan de hand van de herinneringen van zijn kinderen Paul, Marjon en Martin van Eijk. Niet alle bijzonderheden over zijn vertrek naar Duitsland en zijn verblijf daar zijn meer bekend. Het verhaal is daarom deels gebaseerd op documenten en foto’s en deels op wat Rinus later aan zijn gezin heeft verteld.

Naar Duitsland

Over de precieze omstandigheden waaronder Rinus naar Duitsland vertrok, is binnen de familie weinig bekend. Hij zal zijn opgeroepen in het kader van de Duitse Arbeitseinsatz, waarbij Nederlandse mannen verplicht in Duitsland te werk werden gesteld.

Rinus kwam uiteindelijk terecht bij een bakkerij in Kassel. Uit een bewaard gebleven document lijkt te blijken dat hij daar op 5 juli 1943 met zijn werkzaamheden begon. Opmerkelijk genoeg was dit tevens zijn 22e verjaardag. Voor zover zijn kinderen weten heeft hij nooit verteld dat hij daarvoor in Duitsland nog ergens anders had gewerkt.

Werken in de bakkerij

Zijn eerste taak in Kassel was weinig verheffend. Rinus vertelde later dat hij in de bakkerij begon met “Stube anfegen”: het aanvegen en schoonhouden van de werkruimte. Kennelijk wist hij zich echter snel op te werken en werd hij een belangrijke kracht binnen de betrekkelijk kleine bakkerij.

Of er nog andere Nederlandse bakkersknechten werkten, is niet bekend. Wel had Rinus contact met Nederlandse vrienden die in Kassel en omgeving werkten en verbleven.

Dat hij juist in een bakkerij terechtkwam, was onder de omstandigheden een geluk. Terwijl veel dwangarbeiders en buitenlandse arbeiders met voedseltekorten te maken kregen, had Rinus door zijn werk toegang tot eten. Volgens zijn kinderen heeft hij tijdens zijn verblijf in Duitsland dan ook nooit werkelijk honger geleden.

Waarschijnlijk woonde hij in of vlak bij de bakkerij. Op enkele bewaard gebleven foto’s zijn kerstvieringen te zien waarbij taart en andere, in oorlogstijd betrekkelijk luxe etenswaren op tafel stonden. De aanwezigen maken op de foto’s bovendien een goed gevoede indruk.

Bombardementen en onzekerheid

De zware luchtaanvallen op Kassel maakten ook op Rinus en de mensen om hem heen grote indruk. In de nacht van 22 op 23 oktober 1943 werd de stad bij een groot Brits bombardement vrijwel verwoest. Naarmate de oorlog voortduurde, nam de onzekerheid over de toekomst steeds verder toe.

Rinus herinnerde zich dat de vrouw van de bakker op enig moment haar angst uitsprak voor de komst van de Russen. Zij vroeg hem wat hij dacht dat er zou gebeuren. Een antwoord kon hij haar vanzelfsprekend niet geven.

Terug naar Nederland

Rinus bleef volgens de familiegegevens tot 15 april 1945 aan de bakkerij verbonden. Zijn werkgever zou hem zelfs hebben aangeboden de leiding over de zaak over te nemen wanneer hij zou blijven. Rinus koos echter voor terugkeer naar Nederland.

Kassel was op dat moment inmiddels door Amerikaanse troepen ingenomen en de oorlog liep in Duitsland naar zijn einde. Waarschijnlijk speelden zowel heimwee als de onzekerheid over de situatie een rol bij zijn besluit om naar huis te gaan.

Hij begon te voet aan de terugreis. Volgens de familieoverlevering heeft hij een aanzienlijk deel van de afstand lopend afgelegd, mogelijk gedurende een week of langer. Uiteindelijk werd hij via Limburg met een van de eerste repatriëringstreinen met terugkerende Nederlandse arbeiders verder naar Nederland gebracht.

In Woerden werden deze treinen door grote groepen mensen verwelkomd. Onder hen bevond zich Pietje van Dam, zijn latere echtgenote. Zij moet Rinus daar mogelijk al hebben gezien, hoewel zij elkaar op dat moment nog niet kenden.

Bijna naar Nederlands-Indië

Daarmee was het oorlogsverhaal van Rinus nog niet helemaal ten einde. Na enige tijd terug in Nederland vond hij het gewone leven, na alle belevenissen van de oorlogsjaren, naar eigen zeggen maar saai.

Op een dag stapte hij in de trein met het plan zich aan te melden voor dienst in het Nederlandse leger en naar Nederlands-Indië te vertrekken. Onderweg naar Utrecht begon hij echter te twijfelen. Halverwege de reis bedacht hij zich. Zoals hij het later zelf vertelde: “Wat haal ik me voor ellende op mijn hals?” Hij keerde om en ging terug naar huis.

Terug naar Kassel

Begin jaren zeventig keerde Rinus samen met zijn echtgenote Pie nog eenmaal terug naar Kassel. Zij werden er zeer gastvrij ontvangen. De bakkerij bestond nog altijd en ook zijn vroegere werkgever bleek de oorlog te hebben overleefd en veilig van het Oostfront te zijn teruggekeerd.

Bron: familieherinneringen van Paul, Marjon en Martin van Eijk, kinderen van Rinus van Eijk, aangevuld met bewaard gebleven documenten en foto’s.