Herinneringen van Bram Tournier aan zijn vader Ton Tournier
Jeugd en vertrek naar Duitsland
Antonius (Ton) Tournier werd op 9 juni 1923 geboren in Rotterdam. Hij was de oudste van zes kinderen, vier zoons en twee dochters. Het gezin woonde aan de Voorhaven 39 in Rotterdam-Delfshaven.
In 1942 werkte Ton als leerling-automonteur bij het transportbedrijf Gebroeders Nijman in Delfshaven. In april van dat jaar moesten Rotterdamse bedrijven van de Duitse bezetter mannen voor de arbeidsinzet aanmelden. Begin juni werd Ton door de administrateur van zijn werkgever opgegeven. Volgens het verhaal binnen de familie gebeurde dit omdat de andere volwassen mannen getrouwd waren of niet door het bedrijf konden worden gemist.
Ton werd samen met andere mannen naar Duitsland gestuurd. Op 8 juni 1942 kwam hij aan in Kassel, één dag voor zijn negentiende verjaardag. Daar werd hij tewerkgesteld bij de Henschel-fabrieken.
Het verblijf in Kassel
Over zijn jaren in Duitsland vertelde Ton na de oorlog nauwelijks iets. Ook zijn andere kinderen hebben over die periode weinig van hem gehoord. Wel bleef hij bevriend met Kees de Vries, die na de oorlog in Velsen-Noord woonde. Bram herinnert zich dat het gezin Tournier daar verschillende keren op bezoek is geweest.
Terug naar Rotterdam
Volgens een herinnering van Tons laatst nog levende broer keerde Ton op 28 mei 1945 terug in het ouderlijk huis aan de Voorhaven 39 in Rotterdam. Dat was de verjaardag van zijn oudste zus.
Een gezin en een loopbaan als monteur
Na de oorlog werkte Ton bij verschillende bedrijven als auto- en dieselmonteur. Vanaf 1953 was hij als dieselmonteur werkzaam bij het overslagbedrijf Cornelis Swarttouw, aan Pier 6 in de Waalhaven in Rotterdam.
Daar leerde hij zijn toekomstige vrouw kennen. Zij trouwden op 7 april 1954 en kregen zes kinderen: drie zoons en drie dochters. Bram was de oudste.
Op zoek naar oude bekenden in Tsjechoslowakije
Eind jaren zestig of begin jaren zeventig volgde Ton aan de Volksuniversiteit Rotterdam een cursus Tsjechisch. Zijn gezin begreep destijds niet goed waarom hij die taal wilde leren. Dat werd Bram later duidelijk, toen zijn vader hem op zeventienjarige leeftijd vroeg mee te gaan naar Tsjechoslowakije. Ton wilde daar vrouwen opzoeken die hij tijdens de oorlogsjaren in Kassel had leren kennen. Hoe hij destijds met hen in contact was gekomen, is onbekend.
Vader en zoon reisden met de auto naar de omgeving van Pilsen, in het district Tachov. Ze zetten er hun tent op en gingen op zoek naar twee vrouwen: Blazena (Blaza) Sramkova, en Marie Kubatova.
Vooral Blaza had tijdens de oorlog veel voor Ton betekend. Volgens wat hij Bram tijdens die reis vertelde, was zij zijn eerste liefde. Hij vertelde ook dat hij, als hij destijds voldoende geld had gehad, met haar naar Tsjechoslowakije zou zijn gegaan.
Na enkele dagen zoeken vonden zij Blaza in het dorp Stare Sedisle. Zij woonde daar met haar echtgenoot Stanislav en had, voor zover Bram zich herinnert, één dochter. Het weerzien was voor zowel Ton als Blaza zeer emotioneel. Via haar kwamen ze ook in contact met Marie Kubatova, met wie Blaza nog steeds contact onderhield.
In latere jaren keerde Ton nog verschillende keren naar Tsjechoslowakije terug, ditmaal samen met zijn echtgenote.
Bron: herinneringen van Bram Tournier aan zijn vader Antonius (Ton) Tournier, aangevuld met een familieherinnering van Tons broer over zijn terugkeer in mei 1945.