Herinneringen van Ton de Vries aan zijn vader Kees de Vries
Mijn vader had geen beste jeugd. Hij groeide op met zijn vader, stiefmoeder, drie zusters en twee broers. Er was regelmatig ruzie tussen zijn vader en stiefmoeder. Waarschijnlijk was dat ook een reden dat de kinderen al vroeg ‘de benen namen’.
Naar Kassel
In 1941 werkte mijn vader bij de Hoogovens. Van daaruit werd hij naar Duitsland uitgezonden en kwam hij terecht bij Henschel in Kassel. Daar ontmoette hij Ton Tournier uit Rotterdam. De vriendschap die daar ontstond moet voor hem belangrijk zijn geweest: ik ben later naar Ton Tournier vernoemd.
Mijn vader vertelde na de oorlog maar heel weinig over zijn ervaringen in Duitsland. Wat ons nog rest zijn enkele foto's en een paar verhalen die hij soms vertelde. Zowel aan zijn jeugd als aan de oorlogsjaren hield hij, naar mijn indruk, nare herinneringen over.
Hij vertelde bijvoorbeeld dat zij na bombardementen moesten helpen bij het opruimen van de doden. Ook vertelde hij over de behandeling van Oekraïners, die volgens hem ‘als honden werden behandeld’.
Terug naar Nederland
Op de terugweg na de oorlog kwam mijn vader in Limburg bij een boerengezin terecht. Daar werd hij aanvankelijk voor een ‘communist’ aangezien. Toen hij echter voor het eten gewoon het Onze Vader meebad, veranderde de stemming volledig en kon hij volgens zijn eigen verhaal geen kwaad meer doen.
Na de oorlog
Na de oorlog leerde hij mijn moeder kennen. Zij trouwden in 1947 en kregen samen vier dochters en twee zonen. Een dochter en een zoon zijn helaas op te jonge leeftijd overleden.
Mijn vader heeft altijd hard gewerkt om zijn gezin te onderhouden, bij de Hoogovens en daarnaast met allerlei bijklussen. We hadden het niet breed, maar hebben wel een fijne jeugd gehad. Waar mogelijk gingen we ieder jaar met het gezin op vakantie.
Mijn vader was rooms-katholiek en duldde weinig kritiek op het geloof. Hij bezocht ook graag een oudoom van mijn moeder die in een klooster verbleef.
Het contact met Ton Tournier bleef na de oorlog bestaan. Ton nam mijn vader een keer mee naar De Kuip. Mijn vader was totaal geen voetballiefhebber. Het enige wat hij aan die middag echt mooi vond, was de fanfare die tijdens de rust speelde.
Terug in Kassel
Jaren na de oorlog ging mijn vader nog eens op vakantie naar Kassel. Hij vond het een prachtige omgeving. Tijdens dat bezoek zag hij op een plein een man zitten die hij onmiddellijk herkende. De man herkende op zijn beurt ook mijn vader. Volgens mijn vader liepen de koude rillingen over zijn rug. Hij dacht dat het mogelijk iemand was die hij uit zijn oorlogstijd kende, misschien een vroegere bewaker. Wie de man precies was, is niet meer vast te stellen.
Tot zover wat ik van zijn belevenissen weet. Mijn vader vertelde er, zoals gezegd, maar weinig over.
Aanvullende familieherinnering over zijn vertrek naar Duitsland
Een dochter van Kees de Vries herinnerde zich later dat hun moeder had verteld dat er in Beverwijk een razzia was geweest waarbij verschillende mannen van hun bed werden gelicht, onder wie Kees, die toen aan de Arendsweg woonde.
Deze familieherinnering hebben we tot nu toe niet kunnen bevestigen. Uit de bewaard gebleven gegevens blijkt dat Kees de Vries al op 15 mei 1942 op een personeelslijst van Henschel voorkomt. Dat tijdstip past goed bij de grote werving en gedwongen uitzending van Nederlandse arbeiders voor de Duitse metaalindustrie in het voorjaar van 1942. Daarom lijkt een aanwijzing via zijn werkgever aannemelijker dan een razzia, al kan niet volledig worden uitgesloten dat de familieherinnering op een daadwerkelijke gedwongen ophaling berust.
Bron: herinneringen van Ton de Vries aan zijn vader Kees de Vries, aangevuld met een herinnering van een dochter van Kees de Vries en met gegevens uit het onderzoek naar zijn tewerkstelling bij Henschel in Kassel.