Het was gisteren Koninginnedag, maar dat hebben we geweten ook hoor. Om onder andere kwart over elf gisteren werd er alarm gegeven. We kleedden ons aan en even daarna begonnen ze in de verte te schieten. Toontje [van Beveren], Aard en ik (Tommy [Ton Tournier] had brandwacht) gingen nu naar het spoorwegviaduct. We waren amper op weg of het vuur brak aan alle kanten los. Met z'n drieën, hard lopend en elkaar een hand gevend hebben we bij het licht van het afweervuur, want het was vrij donker, ons doel bereikt. Ontzettend lang leek die afstand nu. M'n keel deed verschrikkelijk pijn, terwijl ik bang was dat m'n eten er uit zou komen, want amper een uur ervoor had ik nog brood gegeten. Doch eenmaal tot rust gekomen onder het viaduct, zakte alles weer. Er stonden tramwagens in opgesteld, ook waren er al tamelijk veel mensen in. Het tochtte er aardig. Op het laatst zijn we nog in een tramwagen gaan zitten, dat was beter werk. In verschillende golven kwamen de vliegtuigen over, gelukkig waren het alleen maar overtrekkers. Ik dacht voortdurend aan Tommy [Ton Tournier], die brandwacht op Lindenhof had en daar nu niet weg mocht. Het had niet veel gescheeld of ik had ook brandwacht gehad, maar ik had om een week uitstel verzocht. Aard Spithoven ook, een echte kameraad, jammer dat hij enige tijd bij de S.S. is geweest, maar dat zullen we maar vergeten. Tot 5 over half drie 's nachts is er alarm geweest, dus ongeveer 3¼ uur alarm. Vanmorgen kwam ik om circa half negen aan m'n werk, Strohm zei als alle lui er zo over dachten werd er geen een motor meer gemaakt vandaag.
Gisteren avond hadden we ook nog peren gepikt en waren nog verjaagd ook. We waren toen over het natte land naar huis gegaan. Het viel dus niet mee toen ik weer, met het alarm, in m'n natte kousen en schoenen moest. Het zal mij benieuwen waar ze vannacht geweest zijn.>