Om kwart over vier vroor het 6 graden, en toch was het lekker weer.
Tommy [Ton Tournier] naar ziekenbarak.
Toelichting: Zijn oude werkgever E. Lückerath bedankt hem en Henk Leenhoven
voor de verjaardags- en nieuwjaarswensen en maakt daarbij een grapje over het oude Duitse handschrift.
Verder beschrijft hij de sombere feestdagen in oorlogstijd: er was nauwelijks extra voedsel beschikbaar en van traditionele lekkernijen zoals kerstbrood, oliebollen en vleesrantsoenen was geen sprake. Tegelijk twijfelt hij eraan of de hogere autoriteiten dezelfde schaarste ervaren. Ondanks de oorlogsomstandigheden gaat het werk in de zaak in Amsterdam nog steeds goed en is het boven de stad opvallend rustig doordat er weinig Britse luchtaanvallen zijn.
Ook vraagt hij aandacht voor een medewerker, G.J. Brock, die binnenkort 25 jaar in dienst is, en stelt hij voor hem een felicitatiebrief te sturen. Hij had gehoopt dat de jongens met kerst op verlof naar Amsterdam konden komen en vertelt dat volgens geruchten de voedselvoorziening in Duitsland, vooral in Beieren, beter zou zijn dan in Nederland.
Aan het einde van de brief filosofeert hij over de vergankelijkheid van macht en omstandigheden: wat vandaag hoog staat, kan morgen vallen. Daarbij citeert hij een nieuwjaarslied over het verstrijken van de tijd en merkt op dat mensen later vaak spijt krijgen van hun daden.
Verder beschrijft hij de sombere feestdagen in oorlogstijd: er was nauwelijks extra voedsel beschikbaar en van traditionele lekkernijen zoals kerstbrood, oliebollen en vleesrantsoenen was geen sprake. Tegelijk twijfelt hij eraan of de hogere autoriteiten dezelfde schaarste ervaren. Ondanks de oorlogsomstandigheden gaat het werk in de zaak in Amsterdam nog steeds goed en is het boven de stad opvallend rustig doordat er weinig Britse luchtaanvallen zijn.
Ook vraagt hij aandacht voor een medewerker, G.J. Brock, die binnenkort 25 jaar in dienst is, en stelt hij voor hem een felicitatiebrief te sturen. Hij had gehoopt dat de jongens met kerst op verlof naar Amsterdam konden komen en vertelt dat volgens geruchten de voedselvoorziening in Duitsland, vooral in Beieren, beter zou zijn dan in Nederland.
Aan het einde van de brief filosofeert hij over de vergankelijkheid van macht en omstandigheden: wat vandaag hoog staat, kan morgen vallen. Daarbij citeert hij een nieuwjaarslied over het verstrijken van de tijd en merkt op dat mensen later vaak spijt krijgen van hun daden.