Duitse Rijk Oberzwehren-Kassel, Mattenberg Barak 46 Zondag 1 oktober 1944

Gisterenavond is barak 31, waar Tsjechische vrouwen en Fransen in lagen, afgebrand. We gingen net naar de kantine, toen we zagen dat er rook uit barak 31 kwam en dat al die meisjes hun zaken uit het raam gooiden. We hebben toen nog geholpen. Die twee Tsjechische vrouwen die bij mij werken riepen mij nog en ik heb de Lagerführer gewaarschuwd. Toen ik terug kwam, kwam er al een dichte rook uit. Dan m'n fototoestel gehaald en als ik daarmee terug ging, stond alles al in vuur en vlam. Eindelijk kwam de fabrieksbrandweer. Er stond een sterke wind en ook de barak er naast, waar Franse families in zitten, vatte vlam. Maar werd door nat houden nog gered. Gelukkig maar want daar weer naast stond de keuken met de kantine.

Net als altijd hier, was de organisatie weer hopeloos. Men streed elkaar tegen. Toen een paar draden van het licht, welke aan masten hangen, begonnen te gloeien en kortsluiting maakten, wilde de een die nat spuiten en de ander wilde dat weer beletten. Op het laatst werden ze nog haast handgemeen. Ik maakte onder de hand natuurlijk weer foto's. Drie etensschalen met lepels, welke ik had neergezet toen ik de Lagerführer haalde, kon ik niet meer te pakken krijgen. Natuurlijk zaten we weer zonder licht, maar nu, vanavond was het alweer in orde.

Dit was echter nog niet alles. ’s Middags waren er op het fabrieksterrein vier goederen wagons met Hollandse gevangenen aangekomen. Jongens die geweigerd hadden in Duitsland te gaan werken enz. enz. Die hadden al vier dagen in die wagon gezeten en amper te vreten gehad. Die vier wagons bleven op het fabrieksterrein staan. Alleen door een paar kleine raampjes konden die lui naar buiten kijken, 155 man in vier kleine goederenwagons. Een van onze jongens wilde nog wat brood geven, maar we werden weggejaagd. 's Avonds kwam in onze barak de Zeeuw met nog iemand, brood inzamelen. Onze kamer hielp ook gauw mee, want de Zeeuw kon onmogelijk alles alleen dragen en we haalden tassen en dozen vol met brood op. Hiermee gingen we naar de fabriek. Drie lui die bij de fabrieksbrandwacht behoren en op de fabriek liggen, gingen het eerst het terrein op. Naderhand hebben wij de tassen en dozen stiekem over het hek aangegeven, want het is natuurlijk verboden die lui brood te geven. Die jongens van de brandwacht zouden het brood ’s avonds nog snijden en dan vanmorgen proberen of ze het die gevangenen konden geven. Dan moesten ze door een paar sigaretten proberen de wacht om te kopen. Vannacht zijn er nog twee weggelopen, maar vanmorgen zijn ze alweer opgepakt in Nordshausen. Ze kregen nog veel slaag met de gummiknuppel. Een paar van die lui moesten in de rij, onder bewaking van een soldaat en één van de fabriekspolitie een paar etensketels halen. Ik hoorde nog dat de politie zei dat ze zich vooral rustig moesten houden, dat zou voor hun het beste wezen. Het is ook maar te hopen dat ze bij de Henschel komen te werken. Ik liep zo even met de rij mee en vroeg zo onder de hand waar of ze vandaan kwamen. Ze zeiden toen iets, maar ik kon het niet verstaan, ze durfden amper antwoord te geven.